Hoe wordt ontslagvergoeding belast?

15/07/'11 Filip Tilleman Bij een ontslag, kan de werknemer een mooie som krijgen. Maar hoe wordt die belast?

Als een werknemer onmiddellijk ontslagen wordt, ontvangt hij in één keer de verbrekingsvergoeding, die correspondeert aan het aantal maanden dat men anders had moeten presteren tijdens de opzeggingstermijn. In de mate de ontslagene zeer snel een nieuwe job vindt, kan hij dus een spaarpotje aanleggen.

Indien men echter de normale regels van de personenbelasting zou volgen, zou die opzeggingsvergoeding gevoegd worden bij de andere inkomsten van de ex-werknemer van dat jaar en progressief belast worden. Doordat men in één keer veel ontvangt, riskeert men dan een zeer hoog tarief die het voordeel als sneeuw voor de zon doet smelten.

De wetgever vond dit echter onbillijk en hanteert de regel dat de in één keer ontvangen verbrekingsvergoeding niet bij de andere inkomsten van het lopende jaar van ex-werknemer wordt gevoegd maar apart van de andere inkomsten wordt belast tegen een speciaal tarief. De progressiviteit wordt aldus niet toegepast op de verbrekingsvergoeding.

Om het fiscale tarief te bepalen dat moet betaald worden op de verbrekingsvergoeding neemt men als referentiejaar het meest recente jaar waarin de belastingplichtige een normale werkzaamheid heeft uitgeoefend gedurende 12 volle maanden. Het is de gemiddelde aanslagvoet op alle belastbare inkomsten van dat referentiejaar dat de fiscus gaat hanteren als tarief voor de taxatie van de verbrekingsvergoeding. Hierbij is het irrelevant of men tijdens dit refertejaar als zelfstandige of als werknemer te werk was gesteld.

Vrijgesteld

Voor ontslagen die worden doorgevoerd vanaf 1 januari 2012 wordt de verbrekingsvergoeding niet alleen apart belast tgen een speciaal tarief, maar wordt daarenboven de eerste 425 euro vrijgesteld van belastingen. In 2012 wordt dit fiscaal vrijgesteld bedrag 600 euro en in 2014 zelfs 850 euro.

De voorwaarde voor deze fiscale vrijstelling is dat de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt door de werkgever en niet om dringende reden. Wanneer de beëindiging gebeurt tijdens de proefperiode of met het oog op brugpensionering of pensionering geldt de vrijstelling niet. Belangrijk is dat deze fiscale vrijstelling ook zal gelden wanneer men een opzeggingstermijn presteert.

De werkgever moet op de verbrekingsvergoeding dezelfde bedrijfsvoorheffingschalen toepassen als op loonachterstallen.

Filip Tilleman

Advocaat

Tilleman van Hoogenbemt, Advocaten

Alles over

Reageer als eerste op dit bericht