Meesten slechts kortstondig werkloos
06/12/'11
Economie
In 2010 schreven zich 353.097 niet werkende werkzoekenden in bij de VDAB. Maar er stroomden ook 387.756 mensen uit. Het verschil uitte zich in een daling van de werkloosheid. De meesten bleven dan ook maar gedurende een korte tijd in de statistieken zitten. Al is er ook een deel dat er hardnekkig blijf hangen.
Een groot deel van de instromende werkzoekenden blijft slechts kortdurig werkloos. We kunnen hen als
zoek- of frictiewerklozen beschouwen, vindt de VDAB. Sommigen vinden vast werk, andere gaan met een tijdelijk contract aan de slag. In 2010 schreef een kwart van de uitgestroomde werkzoekenden zich in hetzelfde kalenderjaar minstens éénmaal opnieuw in.
Maar is er ook een groep die blijft hangen. De helft (50,5%) van de niet werkende werkzoekenden is kortgeschoold, een kwart (25,2%) ouder dan vijftig, 22,8% allochtoon en 14,3% heeft een arbeidshandicap.
In 2010 waren er gemiddeld bijna 30.000 of 14,4% niet werkende werkzoekenden met taalachterstand, 4.500 (2,2%) met een medisch of psychis probleem en 3.000 (1,4%) laaggeletterden. Als we ook de 90.000 (43,1%) langdurig werkzoekenden mee in dit rijtje plaatsen dan behoren maar liefst 4 op 5 (79,6%) werkzoekenden tot één van de acht weergegeven kansengroepen.
Toch zijn deze mensen niet bij voorbaat kansloos op de arbeidsmarkt, stelt de VDAB. Zo vindt ongeveer 30% van de instromende 50-plussers, de leeftijdsgroep die globaal het minst gemakkelijk uit de werkloosheid raakt, binnen het halfjaar een nieuwe baan. En omgekeerd zijn bijna een kwart (22,9%) van de niet werkende werkzoekenden die tot geen enkele klassieke kansengroep behoren toch langdurig werkloos.
JVG