"Ontwikkelingshulp is voorbijgestreefde term"
23/11/'11
Buitenland
Kan de hulp die ontwikkelingslanden van de rijke landen krijgen doeltreffender worden gemaakt? Dat is de vraag waarover regeringen en ontwikkelingsexperts het vanaf volgende week hebben in het Zuid-Koreaanse Busan. "Laten we om te beginnen stoppen met het over hulp te hebben", zegt expert Brian Atwood.
In Busan zal het accent meer liggen op samenwerking dan op hulp, hoopt Atwood , de voorzitter van het Comité voor Ontwikkelingshulp van Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De OESO brengt alle industrielanden samen, aangevuld met sommige opkomende economieën als Mexico, Zuid-Korea en Chili. Samen zijn ze goed voor het leeuwendeel van alle officiële ontwikkelingshulp.
Volgens Atwood is er op het allerhoogste beleidsniveau nooit meer aandacht geweest voor de nood om de ontwikkeling in arme landen aan te zwengelen. Op de G20 en de G8, twee fora waar de sterkste economieën van de wereld met elkaar overleggen, staat het thema hoog op de agenda. "En de aandacht die Busan krijgt in vergelijking met Parijs en Accra is fenomenaal."
Eigenbelang
Die belangstelling zou kunnen wijzen op het voornemen van donorlanden om ontwikkelingshulp weer directer te gaan inzetten om hun eigen belangen te dienen. Nederland stelt bijvoorbeeld onomwonden dat zijn hulp ook ten goede moet komen aan het eigen bedrijfsleven. Zou gebonden hulp, waarbij ontvangende landen verplicht worden goederen en diensten in het donorland aan te kopen, aan een comeback toe zijn? Atwood denkt van niet. "Ongeveer 80 procent van de gebonden hulp is weggewerkt, en ik zie geen pogingen om de klok terug te draaien. De laatste 20 procent is het moeilijkst, maar ik geloof dat we vooruitgang zullen blijven boeken."
In Busan zal ook over de opkomst van nieuwe donorlanden en over de toenemende rol van het bedrijfsleven worden gesproken. Door de economische crisis zijn de verwachtingen bij veel experts niet al te hoog gespannen.
Bron en foto: IPS