"Schimmige mijndeals kosten Congolese staat 5,5 miljard dollar"
22/11/'11
De Congolese regering heeft verschillende
mijnconcessies en activa uit de mijnbouw voor ongeveer 5,5 miljard dollar
onder de marktwaarde verkocht aan hoofdzakelijk off-shore
mantelbedrijven, waarvan de nieuwe eigenaars niet bekend zijn. Dat is de
conclusie van een Britse parlementaire groep onder leiding van
parlementslid Eric Joyce.
De groep, UK Parliament Great Lakes of Africa Group, roept de Britse
regering en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), twee van de
grootste Congo-donoren, op onmiddellijk na te gaan waar de fondsen
naartoe gegaan zijn.
De Congolese mijnbouw in goud, koper en kobalt blijft gehuld in een
waas van geheimdoenerij, en dat ondanks de belofte van Kinshasa om
de transparantie te verbeteren in ruil voor een driejarige
kredietlijn van 541 miljoen dollar, die werd toegekend in 2009.
"Dit overduidelijk bewijs toont aan dat de natuurlijke grondstoffen
van Congo niet gebruikt worden als bron van inkomsten voor de
Congolese bevolking", aldus Joyce, die zwaait met een reeks documenten
die de verkoopovereenkomsten in detail beschrijven.
"De concessies en activa worden door de Congolese regering via
ingewikkelde constructies aan dumpingprijzen verkocht aan fictieve
buitenlandse maatschappijen, vooral gevestigd op de Britse
Maagdeneilanden. Dat betekent dat slechts enkelen rijk worden ten koste van de
vele anderen", klinkt het.
Joyce, die ook president Joseph Kabila aanduidt als een van de
betrokkenen, geeft een voorbeeld: "Minstens een verkoop, waarbij de
Frontier-mijn in Katanga betrokken is, was bedoeld om de verkiezingen,
die eind november plaatsvinden, mee te financieren."
De woordvoerder van de Congolese regering wilde niet reageren op de
beschuldigingen.