Pensioenleeftijd schuift op in Nederland
10/06/'11
Buitenland
Langer doorwerken is een feit voor de Nederlanders. Na eindeloos overleg zijn werkgevers, werknemers en het kabinet bij onze Noorderburen het eens geworden dat de pensioenleeftijd in 2020 naar 66 jaar verschuift, en waarschijnlijk in 2025 naar 67 jaar.
De wijzigingen leveren volgens het Centraal Planbureau (CPB) ongeveer een besparing op van 4 miljard euro. In Den Haag legden de partijen vrijdag de laatste hand aan het akkoord. Vanuit het kabinet was een grote delegatie aangeschoven waaronder premier Mark Rutte en minister Henk Kamp van Sociale Zaken. Rutte
vond het uniek dat in Nederland een akkoord kan worden gesloten over "honderden miljarden", dat misschien wel "de grootste vernieuwing van het pensioenstelsel" is sinds de Tweede Wereldoorlog.
Vergrijzing
In het akkoord zijn afspraken gemaakt om oudere werknemers fit aan het werk te houden. Door de vergrijzing zijn er straks minder werkenden om het toenemend aantal pensioenen te betalen. Om de lasten
eerlijker te verdelen, moeten mensen meer dan nu gestimuleerd worden om langer door te werken. Minister Kamp denkt zelfs aan een bonus voor werkgevers als zij oudere mensen in dienst nemen.
Het Planbureau gaat overigens in zijn berekeningen van het akkoord al een stapje verder door ervan uit te gaan dat de pensioenleeftijd in 2040 naar 68 jaar gaat. De Tweede Kamer wil dat het CPB de gevolgen van het pensioenakkoord nog exact doorrekent en ook duidelijk maakt wat de financiële gevolgen zijn voor de verschillende generaties.
Het pensioenakkoord kan naar verwachting rekenen op instemming van de Tweede Kamer. Gedoogpartner PVV wijst de plannen af, maar behalve de regeringspartijen VVD en CDA staan ook oppositiepartijen PvdA,
GroenLinks en ChristenUnie overwegend positief tegenover de afspraken.
Tussenakkoord
Econoom Lans Bovenberg merkte vrijdag op dat er sprake is van een tussenakkoord. Er moeten nog afspraken gemaakt worden over het omzetten van al opgebouwde pensioenrechten in nieuwe contractafspraken. De komende tijd wordt onderzocht hoe dat het beste kan. Ook moeten ondernemers- en werknemersorganisaties nog groen licht krijgen van hun achterban.
Voor de vakbond FNV kan dat een probleem zijn, omdat FNV Bondgenoten dwars ligt. Werkgevers staan te weinig garant voor tegenvallers bij de pensioenfondsen, vindt de grootste afdeling. Ook meent Bondgenoten dat vooral mensen met lage inkomens er in de pensioenplannen bekaaid van afkomen. De afdeling heeft al aangekondigd het akkoord met een negatief advies voor te leggen aan zijn half miljoen leden. Maar zonder akkoord dreigen de pensioenen ook niet de beloofde stijging van 0,6 procent bovenop de inflatie te krijgen.
Beeld: Photonews