Aaltjes bestrijden eikenprocessierups

05/04/'11
Limburg
Een Nederlandse wetenschapster heeft een nieuw systeem gevonden om eikenprocessierupsen te bestrijden: met aaltjes, miniscule wormpjes. “We stappen nu ook als eerste Vlaamse provincie in dit proefproject”, zegt gedeputeerde Frank Smeets (CD&V). De eerste resultaten zijn veelbelovend: 80 à 90 procent van de rupsen overleeft de aaltjes niet.
Tegen vrijdag worden de eerste rupsen verwacht. “Over de grens zijn de eerste al gesignaleerd”, zegt Luc Crèvecoeur van het Provinciaal Natuurcentrum. Maar die rupsen zijn nog piepklein en zitten heel hoog in de eikenbomen.
Toch kunnen ze die al bestrijden met zogenaamde nematoden of aaltjes die je met het blote oog nauwelijks kan zien. De aaltjes worden gemengd met een soort gel en zo in een boom gespoten. Net zoals dat nu met het bacteriepreparaat bacillus thuringiensis (XenTari) gebeurt.
“Ook de bacteriën blijven we gebruiken”, zegt Smeets. “Maar grote voordeel van de aaltjes is dat we die twee weken vroeger kunnen inzetten. Zo is de kans ook kleiner om de rupsen van andere vlinders te treffen.
Voor het bacteriepreparaat moet je ook nog rekening houden met het weer. Het moet 15 graden zijn, het mag de volgende 24 uur niet regenen en het moet windstil zijn. Dat hoeft niet met de nematoden. Nadeel is wel dat de aaltjes duurder zijn dan de bacteriën.”
“Zodra het echt gecommercialiseerd wordt, zal de prijs wel zakken”, verwacht Luc Crèvecoeur. “Bedoeling is dat over enkele jaren de nematoden de standaardmethode wordt. De aaltjes dringen de rupsen binnen via bijvoorbeeld de kieuwen. Ze brengen bacteriën mee. Zelf sterven de aaltjes binnen enkele uren, de rupsen gaan later ook dood.”
Evenveel als vorig jaar
Dit jaar worden er trouwens minstens evenveel rupsen verwacht als vorig jaar. “We gaan er minder hebben dan in recordjaar 2007, maar niet minder dan vorig jaar”, zegt Luc Crèvecoeur. In 2008 zakte het aantal haarden van processierupsen drastisch maar daarna steeg het aantal processierupsen weer jaar na jaar.
“Je kan het aantal meldingen van het ene jaar niet vergelijken met het andere omdat de registratie niet op dezelfde manier is gebeurd. Vanaf dit jaar gaan we wel beter tellen. We gaan ook elke week een kaar van Limburg uitsturen met daarop de grootste concentratie aan meldingen.”
Het duurt trouwens nog even alvorens je echt last hebt van de rupsenhaartjes. Dat is pas vanaf eind mei. “Dan zijn de rupsen verpopt en zitten de brandharen in de nesten.”