Onze reporter in de processie
10/07/'09
Ik ben een visser. Een werkmens.
Voorop loopt Jezus. Hij is uit de Kielenstraat. Ik
ken hem, sympathieke gast. Regelmatig keert
hij zich om en roept ons toe hem te volgen.
Dat doen we ook. Kan moeilijk anders in een
processie.
Links van mij loopt José, een vissersvrouw.
M’n houvast bij mijn processiedebuut. Nog
wel in de Kroning, processie der processies.
Het zevenjaarlijkse fenomeen van Tongeren,
nu ook gezegend door de paus. Met daarin
een Hasselaar godbetert. Een debutant. Die
zenuwachtig is. Zeker in zo’n luchtig kleedje.
Met een decolleteetje waardoor ik m’n marcelleke
toch maar thuis heb laten liggen. Het is
nochtans fris, begot. Maar een onderhemd
heeft echt niks te zoeken in verheven bijbelse
taferelen.
En dan al dat volk. Tjonge, die eerste honderden
meters voorbij de Moerenpoort. Die
tribunes. Wedden dat er iemand tussen zit die
me heel goed kent? Neen, ik kijk niet opzij, ik
wil het niet zien. En wat doet een mens intussen
met zijn handen? Voorlopig hou ik ze op mijn
rug. Daar doen ze geen domme dingen.
Gelukkig is er José. Ervaren. Ook een pak
ouder dan ik. Hoeveel ouder, daar heeft u
geen zaken mee, dat zegt een visser niet. En
bovendien is haar hart jong en heeft ze een
mooie lach. Mooie ogen ook. Luid zingt ze boven
de Kortessemse harmonie Sint-Catharina
uit, vlak naast ons. Godzijdank. Een visser
wordt niet betaald om teksten te onthouden.
En de repetities zijn al even geleden. Maar de
melodieën zijn mooi. Dus zing ik mee. Toch de
refreintjes. Ah ja, wie in een processie meegaat,
moet dat goed doen. Ik ben wel niet de grootste
gelovige, maar ook niet de grootste ongelovige.
En wat weet een simpele visser daar nu allemaal
van?
Maar een visser weet wel dat een processie
geen stoet is. Hier past ernst. En overtuiging.
Trouwens, al die mensen, rijen dik aan de Tongerse
Wallen, kijken ook ernstig. Allez, toch
de meesten. Volgen aandachtig, oprecht. En
applaudiseren regelmatig. Hier en daar zie ik
zelfs tranen blinken. Ontroering. Een vrouw op
een stoeltje. Alleen. Ze huilt. Moeilijk te vatten
allemaal, maar het is wel allemachtig mooi.
En ook vreemd, gaandeweg overkomt me een
geruststellend wij-gevoel. Fijn, zo’n processie.
Wie had dat nu gedacht? En wat m’n handen
doen? Heeft toch geen belang. Los daarmee.
José en ik knipogen al eens als we er een maat
of strofe naast zitten. God en de mensen zien
misschien alles, maar we bedoelen het goed.
Aan het eind, aan het Vrijthof, heb ik zin om
José met een ferme kus te bedanken, maar we
houden het katholiek. Ik denk dat ik nog eens
mee ga met de Kroning.