Belastingbrief invullen is geen hels karwei meer
01/06/'12
Tax on web
Meer dan 6 miljoen Belgische belastingplichtigen hebben er nog altijd een hele karwei aan. Het invullen van de jaarlijkse belastingbrief is niet makkelijk. Toch kan het eenvoudiger. Met Tax-on-web wordt het sneller, duidelijker en zelfs veiliger.
Tax-on-web biedt de mogelijkheid om de jaarlijkse belastingaangifte in te dienen via het internet. Tot voor kort vulden we met z'n allen een papieren aangifte in. Het was dan vaak knoeien met honderden codes die in het juiste vakje ingevuld moesten worden. De meeste huisvaders of -moeders waren er meestal een tijdje zoet mee. Je vulde je gegevens eerst in op een voorbereidend blad om ze naderhand netjes over te schrijven op de definitieve aangifte. Je mocht enkel een zwarte of een donkerblauwe balpen gebruiken, je moest in hoofdletters schrijven en je moest correctievloeistof gebruiken wanneer je iets wilde veranderen.
Wie zich door de hele papierwinkel geworsteld had, moest de onderscheiden delen van de aangifte dan in een omslag steken en opsturen naar het scanningcentrum. Wilde je 100% zeker zijn dat je aangifte correct verstuurd werd dan diende je nog extra te betalen voor een aangetekend schrijven bij de post. Of je ging je brief gewoon droppen in de bus van je lokaal belastingkantoor.
Zo hoeft het niet meer. Je kunt nu gewoon naar de website Belgium.be surfen en er naar Tax-on-web gaan. Op de website krijg je onmiddellijk een overzicht van wat de onlinedienst van Financiën te bieden heeft. De onthaalpagina is heel direct en brengt je in slechts enkele klikken naar de elektronische belastingaangifte. Het systeem is bijzonder gebruiksvriendelijk. Je kunt makkelijk over de verschillende pagina's van de belastingaangifte surfen. De computer passeert vlot langsheen de opeenvolgende rubrieken. Geen geknoei dus meer met voorbereidende bladen en allerlei toestanden. Zelfs informatica-analfabeten hebben nauwelijks vijf minuten nodig om het systeem helemaal onder de knie te krijgen.
Je belastingbrief invullen moet geen hopeloze knoeiboel meer zijn. Foto JAN VAN DER PERRE