Bomen herkennen aan schors

Print
"Heel wat bomen kan je nog het best aan hun schors herkennen. Die is dikwijls bijzonder decoratief en ze zorgt onder meer voor thermische isolatie. Sinds jaar en dag gebruikt de mens boomschors voor de meest uiteenlopende doeleinden." Dat zegt Johan Possemiers, wetenschapppelijk medewerker aan het Arboretum van Kalmthout. Een gesprek over functie en nut van schors en een wandeling langs enkele merkwaardige bomen in de plantentuin. "In een dwarsdoorsnede van een boom is de belangrijkste laag het cambium (teeltweefsel tussen bast en hout)", zegt Johan Possemiers. "In de lente vormt dit naar binnen toe hout en naar buiten toe de binnenste schors, de bast of het floëem. Het floëem zorgt voor het belangrijke transport van suikers van het blad naar de wortel. Een tweede levenslaag, het kurkcambium, produceert de buitenste laag schors. Die vormt een quasi dood onderdeel van de boom met een voornamelijk beschermende functie. Sommige bomen hebben zelfs een bijzonder stekelige schors die hen beschermt tegen vreetgrage dieren. In het voorjaar wanneer het cambium actief wordt, kan je de schors makkelijk losmaken. De kurkcellen zijn gevuld met lucht en zorgen voor thermische isolatie van de boom."
BR>
Lenticellen
Bij sommige bomen zoals de kerselaar merk je in de schors dwars over de stam langwerpige strepen of lenticellen. "Soms zijn lenticellen klein en vrijwel onzichtbaar, bij andere bomen kan je ze probleemloos met het blote oog opmerken. Ze zorgen voor de gasuitwisseling tussen de boom en zijn omgeving door chemische processen in het floëem." Door de eeuwen heen werd boomschors door de mens op de meest uiteenlopende manieren gebruikt. Enkel de buitenste laag wel te verstaan, want als de volledige schors wordt weggenomen tot op het cambium kan het floëem uiteraard niet meer voor het nodige transport zorgen. "Er zijn bijvoorbeeld bomen die kauwgom produceren, de zogenaamde Chicleros. Andere, zoals de Cow tree (Brosimum galactodendron), leveren drinkbare melk. Weer andere zorgen voor latex of voor hars."

Gif
Schors is ook een belangrijke bron van medicinale stoffen en gifstoffen. Zuid-Amerikaanse indianen smeren hun pijlpunten in met curare dat spierverlammend en dodelijk werkt. De schors van de Hamamelis heeft dan weer kalmerende en ontstekingswerende eigenschappen. "Vooral in de tropen worden heel wat soorten schors, ondermeer die van de Ucubatree (Virola surinamensis), gebruikt om hallucinerende middelen te produceren", legt Johan uit. "De schors wordt in platen op het vuur gelegd, hars parelt op het hout, wordt er afgeschraapt, gedroogd en verpulverd. Ook heel wat aromastoffen worden uit boomschors gewonnen." In Centraal-Afrika en in Centraal- en Zuid-Amerika wordt schorskledij gedragen. Indianen varen in schorskano's en bouwen hutten van schors. Dichter bij huis wordt de schors van de kurkeik onder meer als vloerbedekking gebruikt en verschillende schorssoorten worden onder planten gestrooid als bescherming tegen onkruid.

Begroeiing


"Hoe ouder de boom, hoe meer leven we op de schors aantreffen. Korstmossen op boomstammen zijn bijvoorbeeld erg decoratief. Ze zijn een combinatie van algen en schimmels, kunnen honderden jaren oud worden en groeien op plaatsen waar hogere planten zich niet kunnen handhaven. Maar ook gewone mossen, orchideeën en klimplanten ztten zich op de schors vast. Kevers en padden vinden bescherming in de groeven van boomschors."