Hasselt en Limburg in 1830-1831

Print
Hasselt -

De gebeurtenissen van 1830 en 1831 in Limburg en in Hasselt..

In 1905 heeft een anonieme schrijver een relaas geschreven van de hierna volgende gebeurtenissen ( Volksgeschiedenis van Limburg en Hasselt tijdens de Omwenteling van 1830 en de Tiendaagse veldtocht ).

In 1982 werd de tekst door een andere anonieme schrijver herwerkt.

Vandaag gebruiken we ook deze bron om de ontstaansgeschiedenis van ons land in Limburg en in Hasselt te bekijken .

Deel I: De omwenteling van 1830 in Limburg.

• Hasselt in 1830.

In 1830 was Hasselt een stadje met nauwelijks zes duizend inwoners. Enkele jeneverstokerijen waren er actief maar hun bloeiperiode was nog niet aangebroken. De Hasseltse jenever was nog niet beroemd in Europa.

De stad was omringd met wallen en grachten. Vier versterkte poorten, bekroond met hoge torens, vormden de toegangen tot de stad.
In de zomer werden de poorten om negen uur ‘s avonds gesloten, in de winter om acht uur.

In de stad zelf was er weinig te beleven en bood een treurig uitzicht. Straten en pleinen waren niet geplaveid. Slechts de steenweg naar de Kempen ( vaart van Luik naar Eindhoven) was voorzien van stenen en splitste de stad in twee delen.
Bij regenweer waren de straten en stegen één modderpoel. Het regenwater verzamelde zich in een riool die in het midden van de straat lag.

Voor de meeste huizen lag er een mesthoop, omdat de bewoners één of meerdere exemplaren hoornvee hielden om de familie te voorzien van wat melk en vlees.
Een moestuin was er overal in de stad te vinden.

U kunt zich voorstellen hoe de lucht door zulke toestanden werd verpest en de openbare gezondheid in gevaar werd gebracht.

De huizen zelf zagen er armoedig uit met hun vensterluiken en kleine vensters. Meestal waren de huizen in hout en in leem met stro gebouwd, andere waren gemaakt van hout en steen.

De openbare verlichting bestond uit zestien lantaarns , die slechts in de winter gedurende zes uur per nacht in sommige straten werden opgehangen om de Hasselaar die te lang in de Ossekop, Den Scherpesteen of In ’t Kraaike was blijven “plekken”, toe te laten zijn weg terug naar huis te vinden.

• De omwenteling

Hasselt bereidde, in augustus 1830, de jaarlijkse kermis van de maand september voor. Foorkramers installeerden reeds hun kramen op de Grote Markt.
Plotseling deed het gerucht de ronde dat er revolutie in Brussel was, de patriotten uit alle steden en dorpen begaven zich naar de hoofdstad. Het land was in oproer.
De Nederlandse vlag werd vervangen door de nieuwe Belgische driekleur.

De burgerwacht van 282 man werd gevormd en ingedeeld in vier secties: de Luikersectie met 96 man; de Maastrichtersectie met 44; de Kempischesectie met 55 en de Kuringersectie met 87 man. De soldij bedroeg 25 cent per dag.

Tegen midden september 1830 kwamen dagelijks honderden soldaten van het geregelde leger van het Koninkrijk ( NL ) vanuit het noorden naar de stad, om er even te verpozen of te overnachten. In totaal ging het om achtduizend soldaten waarvan er 2000 ingekwartierd werden bij de burgers. Zij waren op weg naar Brussel om er te helpen de opstandige stad weer in het gareel te krijgen. Maar vanaf de 27ste september 1830, de maandagmorgen waarop het Nederlands leger uit Brussel vluchtte, zag men in Hasselt vooral troepen met gewonden passeren, ook uit Luik, die op de terugtocht waren voor de opstandelingen en zich noordwaarts begaven. De 29ste vernam men wat er in Brussel was gebeurd.

Op 4 oktober 1830 was de stad vrij van soldaten, nam de burgerwacht de macht weer in handen en hees apotheker Nikolaas Van Rey de vlag van het nieuwe bewind, zwart, geel en rood in horizontale kleuren, op de toren van de Sint-Quintinuskerk.

Op 16 oktober 1830 werd het provinciaal bestuur van Belgisch Limburg naar Hasselt overgebracht omdat Maastricht nog in Nederlandse handen was.
BaronLoë de Meer werd tot gouverneur van de provincie Limburg benoemd en Baron H.de Pitteurs tot arrondissement - commissaris.

De Kempen werd nog steeds onveilig gemaakt door Nederlandse troepen.
Bree werd bezet door Nederlandse Marechaussees. Hierdoor lag de weg naar Hasselt open. Dit moest vermeden worden.

Zevenendertig vrijwilligers uit Hasselt boden zich aan om die Nederlanders in Bree een lesje te leren.
Nikolaas Van Rey werd hun aanvoerder. Hun bewapening was primitief: van jachtgeweren tot sabels, messen en lansen. Vijfhonderd patronen die men gekregen had in Leuven vormden de munitie.

De dapperen werden door vrienden aan de wipbrug aan de Kempische poort, op 23 oktober 1830, uitgewuifd.

De tocht naar het noorden liep over de ongeplaveide wegen en paden, men zakte tot aan de knieën in de modder. De enige straatweg, van Hasselt naar Eindhoven, durfde men, uit veiligheidsredenen, niet gebruiken.

Peer was niet bezet, dus werd de Belgische driekleur door Van Rey op de kerktoren aangebracht.

In Bree waren acht Nederlandse gendarmen aanwezig. De Belgen werden opgemerkt: het sein om Bree stormenderhand in te nemen.
Alle aanwezige Nederlanders werden door de dappere Hasselaren gevangen genomen en het driekleurige vaandel werd, ook hier, op de kerktoren aangebracht.
Het was reeds nacht toen ze,zingend, in Hasselt terugkeerden.
Deze vrijwilligers werden pas in 1880 (viering van vijftig jaar Belgische onafhankelijkheid ) met een medaille gehonoreerd.

Enige dagen later grepen er verkiezingen voor de gemeenteraad plaats.
Tweehonderdzevenennegentig mannen mochten naar de stembus gaan.
Juliaan de Cecil werd verkozen als burgemeester, Michel Bamps en Pieter Willems werden verkozen als schepen, Teuwens, A.Sigers, J. Vanderstraeten en P. Borghs als raadsheren. Baerts bleef secretaris.
Op 01 november 1830 kwam de nieuwe gemeenteraad samen.

Antwerpen en Maastricht bleven bezet door de Nederlanders.

Dagelijks kwamen deserteurs van het Nederlandse leger in Hasselt toe. Het waren Belgen die niet langer in Nederlandse dienst wilden blijven en zich lieten inlijven bij de nieuwe Belgische regimenten.

Een groot aantal patriotten, in blauwe kiel,trokken door de stad. Zij verplaatsten zich richting Noord en in de richting van Maastricht om de vijandelijke regimenten, die de noordergrens bedreigden, tegen te houden.

Het jonge Belgische leger werd langzamerhand gevormd. Het voetvolk was te herkennen aan de 40 cm hoge sjako’s, de lansiers droegen driekleurige vlaggetjes. Ze kwamen via de Kuringerpoort de stad in, werden luid toegejuicht door de bevolking en werden bij burgers ingekwartierd. Anderen moesten hun logement gaan opzoeken in de tenten op de grote heide in Zonhoven
( de Teut ).

Soldaten werden ingekwartierd in het stadscollege , in de Capucienenstraat ( het huidige Koninklijk Atheneum ) . Ook de Minderbroederskerk moest plaats bieden aan kanonnen en paarden van de artillerie onder bevel van Luitenant-Kolonel Van Damme.

Generaal Daine, de opperbevelhebber van het Maasleger, en zijn stafofficieren verbleven in het hotel “ De Wijnromer “, in de Kapelstraat.

Heel wat Belgische families ontvluchtten met hebben en houden uit Maastricht om zich in Hasselt te vestigen. De Belgische grensdorpen werden door de troepen van het garnizoen Maastricht geplunderd en verscheidene hoeven in brand gestoken.

Op de Grote Markt werden dagelijks concerten gegeven door een militaire muziekkapel, met de Brabançonne als afsluiter.
De angst voor de Nederlanders zat er goed in zodanig dat de huisvaders hun familiefortuin in Luik in bewaring gaven omdat deze vesting toch niet zou kunnen veroverd worden.
De winter van 1830 was zeer streng en de straten in de stad waren onbegaanbaar geworden door de talrijke sporen achtergelaten door kanonnen,zware wagens en paarden die zich moesten verplaatsen in de aarde.

Ondanks de netelige toestand in de stad slaagde het nieuwe gemeentebestuur er toch in om sommige straten te plaveien,verlichtingslantaarns aan te kopen en het onderwijs te reorganiseren: een buitengewone onderwijscommissie met burgemeester de Cecil, priester Wauters, voorzitter van de rechtbank Bartels , gemeenteraadslid J. Vanderstraeten, de renteniers J. Lebon en Ant.Sigers en de handelaar Vaes als leden, werd hiervoor samengesteld.

De handel begon terug te bloeien. Door de instroom van vluchtelingen vanuit Maastricht en de Kempen vermeerderde de bevolking van de stad met duizend eenheden.
De ingekwartierde troepen weken uit naar Diepenbeek, Bilzen, Kortessem,Beringen en naar de Noordgrens.
In het begin van 1831 verbleef er nog één bataljon van het Elfde Linieregiment ( bevolen door Luitenant-Kolonel Van Damme), enkele ambulanciers en ruiters, in de stad. In totaal ongeveer 1500 man.

Het hoofdkwartier van generaal Daine was nog steeds in de “ Wijnromer”, in de Kapelstraat, gevestigd.

Deel II: De Tiendaagse Veldtocht van 1831 in Limburg.

• De toestand in Hasselt.

Hasselt was nog steeds een bezette stad. Dagelijks werden er verkenningen uitgevoerd richting Zonhoven en Diepenbeek. Op de wallen stonden schildwachten op wacht en een net van voorposten lag rondom de stad. De vrees voor een mogelijke Nederlandse aanval was permanent aanwezig.
Bij het verlaten van de stad werden de bewoners voortdurend gecontroleerd door patrouilles en schildwachten.

Het enige, en patriottische, dagblad uit Brussel, Le Courrier des Pays- Bas, dat soms in Hasselt te lezen was,meldde dat de Grote Mogendheden in Londen over de toekomst van België zouden beslissen.
Men kon ook lezen dat de Hertog van Nemours, zoon van de Franse koning Louis-Philip, de Belgische kroon had geweigerd.

Het Nationaal Congres stelde op 24 februari 1831 Baron Surlet de Chokier aan als regent van België in afwachting van de verkiezing van een koning.

Dit belangrijk nieuws droeg de goedkeuring weg van de Hasselaren. Daarom werd er een grote wapenschouwing van het garnizoen Hasselt, versterkt met de troepen uit de naburige dorpen,georganiseerd op de heide tussen Hasselt en Zonhoven ( de Teut ?). ’s Avonds werd er een groot dansfeest gegeven in de “ Militaire Maatschappij “ ( Het Casino ?).

Begin maart 1831 stuurde generaal Daine een afvaardiging van het Maasleger , met o.a. zijn beste vriend Luitenant-Kolonel Moyard, Commandant van het Eerste Jagers te Paard, naar Brussel om de Regent te feliciteren en veel geluk te wensen in zijn nieuwe functie .
Bij zijn terugkeer uit Brussel vertelde Luitenant-Kolonel Moyard, die veel sympathie voor de Orangisten had, dat de Brusselse bevolking misnoegd was en naar de terugkeer van de Prins van Oranje verlangde. Er werd gedacht aan de muiterij door het tweede bataljon Belgische tirailleurs, onder bevel van Luitenant-Kolonel Grégoire, in Gent , eerder dit jaar.

Door de hardnekkige houding van de bevolking in Antwerpen en Brussel werd een gezamenlijk samenzwering tegen het Belgische gezag vroegtijdig ontdekt en moesten Daine en Moyard ( had veel geld van de Nederlanders ontvangen om aan de soldaten uit te delen ) hun samenzweringsplannen die ze samen met Generaal Vandersmissen in Antwerpen en Kolonel Borremans in Brussel hadden gesmeed, opgeven.

In deze omstandigheden werd het Belgische leger opgericht. De kern werd gevormd door de Belgen die in Nederlandse afdelingen hadden gediend.
Het nieuwe leger bestond o.a. uit elf linieregimenten , die voortkwamen uit elf Nederlandse afdelingen en werden eerst genoemd naar de naam van de stad waar ze werden gevormd.

Oude benamming Nieuwe benaming Uiteindelijke benaming
"# Afdeeling" "Regiment van #" "# Linieregiment"
1 Brussel 1
3 Mons 3
4 Tournai 4
6 Brugge 6
11 Liège 11
12 1é de Namur 2
14 Maastricht 5
15 Antwerpen 7
16 Ieper 8
17 Gent 9
18 2é de Namur 10

Het besluit van 24 oktober 1830 richtte volgende regimenten op:
1.Het 1ste Kurassiers te Liège met oudegedienden van het 2de Kurassiers.
2. Het 1ste Jagers te Paard te Tournai met oudegedienden van het 6de Huzaren.
3. Het 2de Jagers te Paard te Gent met oudegedienden van het 8ste Huzaren.
4. Het 1ste Lansiers te Tervuren met oudegedienden van de twee regimenten Lichte Dragonders en het Lansiersregiment.
5. Het 2de Lansiers te Namur werd op 27 oktober 1830 opgericht met ruiters van het vroegere Nederlandse leger.

De getalsterkte van een regiment bedroeg 47 officieren en 735 ruiters, waarvan 6 officieren en 81 manschappen voor het depot

Het regiment Jagers te voet was reeds gevormd in 1830 en werd later het Regiment Karabiniers genoemd.

Op 30 maart 1831 werden twee nieuwe regimenten Jagers te Voet gevormd, samen met het 12de Linieregiment.

Twee regimenten artillerie werden opgericht.

Het Belgisch leger telde twee grote afdelingen: het Scheldeleger onder bevel van Gen Tieken de Tenhove met hoofdkwartier in Schilde en het Maasleger onder bevel van Gen Daine met hoofdkwartier in Hasselt.

De strijdende partijen in De Tiendaagse Veldtocht van 1831.

Het Belgisch Leger ( 62.989 manschappen en 6538 paarden ). Bevelhebber: Koning Leopold I.

Het Schelde Leger Het Maasleger
Commandant:Gen. De Tiecken de Terhove Commandant:Gen. Daine
1ste Brigade:Niëllon 1ste Brigade: VandenBroek ( Kolonel )
2de Brigade:Clump 2de Brigade: Dollin
3de Brigade:de l’ Escaille 3de Brigade: l’ Ollivier
4de Brigade:de Tabor
( in garnizoen te Antwerpen )

Brigade Burger Genie Coeckelberghe
Cavalerie Brigade:Karneffe Cavalerie Brigade: Spaey
Artillerie : Dupont

Opmerking:

Naast de bovenvermelde afdelingen van het Belgisch leger bestaan er nog “Het leger van Vlaanderen” ( ca. 6000 manschappen onder bevel van Gen. Ridder de Wauthier) en “Het Luxemburgse leger ( Een divisie onder bevel van generaal Goethals ).Worden hier niet in rekening gebracht, gezien ze niet betrokken zijn bij de gevechten.

Het Maasleger stond onder leiding van de 48-jarige generaal Nicolas-Joseph Daine. Hij was afkomstig uit Andenne aan de Maas in het vroegere prinsbisdom Luik ( geboren op 13/10/1782). Op 13 jarige leeftijd begon hij als trommelaar in het Franse leger en maakte vanaf 1795 carrière als beroepsmilitair, eerst in het Franse leger van Napoleon, later in het leger van het Koninkrijk der Nederlanden waarin hij op 25 maart 1815 begon als kapitein. Hij was een mooiprater die er prat op ging dat hij had deelgenomen ,onder Napoleon I, aan de grote veldslagen van Wagram,Eylau,Friedland, enz.
Hij werd brigade-generaal op 24 november 1816. Op 9 november 1830 nam hij dienst als generaal-majoor in het Belgisch leger. Als kolonel was hij assistent van generaal Dibbetz in Maastricht toen de Belgische revolutie uitbrak. Dibbetz stuurde Daine op 29 september 1830 met een voedselkonvooi naar het omsingelde garnizoen van Luik. De kolonel bereikte zijn doel echter niet, mede doordat hij verkoos te onderhandelen in plaats van te vechten, waardoor de citadel van Luik zich na enkele dagen bij gebrek aan voedsel overgaf. Daine poogde enkele weken nadien binnen Maastricht het leger voor de Belgische zaak te winnen, maar Dibbetz, die onraad rook, stuurde hem op zending buiten de stad. Hij liep omstreeks 09 november over naar de Belgische zijde, waar hem een promotie tot generaal-majoor en een flinke som geld wachtte. In die hoedanigheid leidde hij de troepen die op 11 november 1830 Venlo veroverden.

Vanaf januari 1831 ( andere bronnen spreken van 03 mei ) nam Daine zijn intrek in het gasthof De Wijnromer in de Kapelstraat in Hasselt. De meeste getuigenissen hebben het over het feestelijk leven dat hij en zijn staf daar leidden – ‘alle dagen werd er een banket gegeven’ – terwijl in de omliggende dorpen de soldaten bitter over het eten te klagen hadden. Het feestelijk leven, mogelijk ook speelschulden, schijnen de nieuwbakken generaal in permanente geldnood te hebben gebracht. Wat niemand toen zeker wist, hoewel er ook al vermoedens waren die Daine zelf tot aan zijn dood in 1843 te Charleroi hardnekkig zou blijven ontkennen, was dat hij gretig geld aannam van Orangistische samenzweerders.

Gepubliceerde brieven vertellen dat hij in april 1831 10.000 gulden ontving om mee te doen aan een anti-Belgische opstand die finaal werd afgeblazen, en half juli door John Cockerill, de Luikse industrieel met grote sympathieën voor koning Willem, nog eens zo’n som beloofd kreeg als hij bij een Hollandse inval zijn eigen Maasleger zou helpen desorganiseren.

Het Nederlands Leger. ( totaal: 88.861 manschappen en 9263 paarden )

Opperbevelhebber:Koning Willem
Toegevoegd: Prins Frederik, ,Prins van Oranje, zijn zoon
Stafchef: Generaal De Constant Rebecque

Eerste Divisie: van Geen Tweede Divisie: Saxen Weimar Derde Divisie:Meyer
1ste Brigade: Schuurman 1ste Brigade: Des Tombe 1ste Brigade Stoecker
Drie bataljons Infanterie Vier bataljons Infanterie Vier bataljons Infanterie
Twee bataljons Schutterij Een bataljon Schutterij Twee bataljons Schutterij
Een Korps Vrijwilligers Een Korps Vrijwilligers Een Korps Vrijwilligers
2de Brigade :de Fauvage 2de Brigade: Bagelaar 2de Brigade:Sprenger
Drie bataljons Infanterie Vier bataljons Infanterie Twee bataljons Infanterie
Drie bataljons Schutterij Een bataljon Schutterij Drie bataljons Schutterij
Een Korps Vrijwilligers Een Korps Vrijwilligers Twee Korpsen Vrijwilligers
Een batterij artillerie Een batterij artillerie Een batterij artillerie

Reserve Divisie: Cort Heijligers

Eerste Brigade: Knotzer
Tweede Brigade: Busch
160 Kurassiers
Een batterij artillerie

Cavalerie Divisie: Trip van Zoutland

1ste Zware Brigade: Post
2de Zware Brigade: Boreel.

Reserve Artillerie : Trip
Vier batterijen

Kwalitatief is het Nederlandse Leger superieur aan het Belgische.

De zomer van 1831 kondigde zich zeer onzeker aan: allerlei troepenbewegingen deden het ergste vermoeden. Een nieuwe oorlog leek onvermijdelijk.
Daarenboven kondigde zich ook een cholera epidemie aan.

Op het einde van 1831 brak de epidemie uit in Hasselt.
Ondertussen vernam de bevolking dat Felix de Mérode, Henri de Brouckère, Hipp.Vilain XIV en de abt de Foere zich naar Londen hadden begeven om de Belgische kroon aan Leopold van Saksen Coburg aan te bieden.
Na zes dagen beraadslaging werd koning Leopold door het Nationaal Congres aangesteld.

Op zaterdag 30 juli 1831 bracht koning Leopold I een bezoek aan Hasselt om de vestigingswerken te inspecteren. Samen met Gen Daine en zijn stafofficieren wandelde hij over de wallen. Een plotse regenbui verplichtte het gezelschap te gaan schuilen in een bescheiden woning in de Isabellestraat. Het hotel van de gouverneur en het stadhuis lagen immers te ver verwijderd en de heren officieren mochten geen paraplu dragen, vandaar de toevlucht tot een eenvoudige woning.
Het verbaasde huisvrouwtje bood het voornaam gezelschap een tas koffie aan.
Bij het verlaten van de woning gaf de koning het oud vrouwtje een stuk van 20 gulden.
Het verhaal van het bezoek van de koning ging de stad rond. Iedereen wilde haar verhaal horen en de stoel waarop de koning had gezeten werd een bezienswaardigheid.

• De inname van Beringen.

Op dinsdag 02 augustus 1831 bevond de koning zich te Luik, toen hij werd ingelicht dat de Nederlanders op het punt stonden ons land binnen te vallen.

Op woensdag 03 augustus 1831 trok de Prins van Oranje de grens met België over, viel Antwerpen binnen en vestigde zijn hoofdkwartier in Turnhout.

Dit nieuws was pas op 04 augustus in Hasselt bekend. Men vernam tevens dat Nederlandse eenheden Lommel hadden ingenomen en dat onze voorposten in gevecht waren met de vijand en dat zij zich richting Hasselt terugtrokken.
Hasselt stond in rep en roer.
Alle eenheden moesten zich verzamelen ten Noorden van Zonhoven ( richting Houthalen ), op een hoogte rechts van de baan naar ’s Hertogenbosch.

Beringen werd door de Nederlanders ingenomen op 05 augustus 1831. Vele inwoners van Beringen vluchtten richting Hasselt.
Het 10 Linieregiment dat in Tessenderlo lag, had één bataljon in Beringen, onder bevel van Majoor Couzot.
Tijdens de nadering van de Nederlandse troepen bleef de majoor lekker tafelen. Hij geloofde niet dat de Nederlanders er al waren ! Vijandelijke geweerschoten deden hem de aftocht blazen richting Hasselt, terwijl de burgerwacht van Beringen de stad verdedigde.
De toestand was onhoudbaar en na moedige gevechten trokken zij zich terug richting Lummen.

• Het gevecht van Houthalen.

06 augustus 1831

Deze dag was bestemd om de Nederlandse troepen te hergroeperen i.v.m. het op handen zijnde optreden tegen het Maasleger.

De 1ste ( NL ) Infanteriedivisie werd geheel in de omgeving van Diest samengetrokken om op 07 Aug de 2de ( NL ) Infanteriedivisie in deze stad af te lossen.
De 2de ( NL ) Infanteriedivisie die op 07 Aug St-Truiden moest bezetten, zond reeds een voorhoede, bestaande uit infanterie en een Eskadron Lansiers, naar Halen-Donk en Selck ( Zelem ?).
De 3de ( NL ) Infanteriedivisie bleef in Beringen.
De ( NL ) Reservedivisie moest Helchteren en Houthalen telkens met één Infanteriebrigade bezetten.

Daine had zijn troepen op een vlakte, noord van Zonhoven ( Winterslag ?) samengetrokken.
Zijn voorhoede , in Hechtel, was samengesteld uit het bataljon “ Tirailleurs van de Maas” onder bevel van majoor Lecharlier, een bataljon van het Eerste Regiment Jagers te Voet, drie kanonnen en 50 Jagers te Paard.

Op 05 Aug vielen de Nederlanders onder vuur van de Tirailleurs van de Maas.

De Belgen dwongen de Nederlanders ( Reservedivisie ) tot een aftocht, richting Heusden-Zolder. Dit o.m. door de versterking van vier verse compagnies, onder bevel van Kapitein Lefebvre, van het 10de en het 11de Linieregiment .

Gen Daine had de kans de Nederlanders uit te schakelen maar hij deed het niet ( het gros van zijn eenheden bleef werkloos toezien vanaf de vlakte van Zonhoven ), waarschijnlijk omdat hij zijn Maasleger moest verenigen met het Scheldeleger ( ? ).

Hasselt wist niet goed wat er gebeurde. Schoten werden gehoord, gewonde tirailleurs werden binnen de stadswallen gebracht. Boden die uit richting van Zonhoven kwamen, waren verward.

In Hasselt leefde iedereen op straat. Op de Grote Markt krioelde het van het volk.
De volkse jongeren van de Beek , uitgerust met buitgemaakte ransels, een geweer en zelfs een sjako met oranje kokarde, marcheerden als echte generaals de stad in en meldden dat de Belgen hadden gewonnen. Men juichte deze guitige jongens toe, ondanks het geklaag en het gejammer over de onwetendheid over de toestand ten noorden van Zonhoven.

Ondertussen verplaatste het Regiment Hollandse Huzaren zich naar Kermt in het kader van het Nederlandse plan om het Maas- en Scheldeleger van elkaar te scheiden.

Op 06 Aug 1831 ontving Gen Daine het uitdrukkelijke bevel van de koning om zonder dralen naar Diest op te rukken om zich met het Scheldeleger ( lag in de omgeving van Leuven ) te verenigen. Hij moest de Prins van Oranje absoluut voor zijn.
De generaal verkoos echter nog wat tijd te verprutsen in Hasselt in plaats van via Beringen en Tessenderlo rechtstreeks naar Diest te gaan.

De zuidelijke uitweg via Sint-Truiden werd afgesneden door de 2de ( NL ) Divisie.
Bijna negenduizend soldaten moesten in Hasselt gelegerd worden. Zij werden door de vriendelijke inwoners met jenever, bier,koffie en brood bevoorraad. De soldaten liepen ordeloos door de Hasseltse straten, de officieren hadden hun gezag verloren.

Op 07 Aug rond 12 uur verliet de voorhoede de stad.

• De slag van Kermt

Even een overzicht van de situatie.

Het Nederlandse leger.

De Prins van Oranje was op 07 Aug Diest binnen getrokken en had er zijn hoofdkwartier geïnstalleerd.

Een brigade van de Eerste ( NL ) Divisie, onder bevel van de Div Comd Generaal Van Geen bezette de stad Diest, de andere brigade van de Eerste ( NL ) Div bezette Halen samen met de brigade Kurassiers onder bevel van generaal Meyer.
Halfweg Hasselt en Diest, te Herk-de-Stad en te Berbroek, was de Derde ( NL) Divisie , onder bevel van generaal Meyer,opgesteld.

Het zesde Hollands Regiment Huzaren onder bevel van W.E.J. Baron van Balveren, verbleef in Kermt. Dit regiment voerde verkenningen uit in de richting Kuringen.
Het vijfde ( NL ) Regiment Lichte Dragonders, onder bevel van Luitenant-Kolonel J.F. Graaf Dumonceau, had eveneens de opdracht zich naar Kermt te begeven.

De Tweede ( NL ) Div bezette ( Comd, Hertog van Saksen-Weimar ) Sint-Truiden en omgeving.

De Reservedivisie , onder bevel van Gen Cort Heijligers, was in Heusden.

In totaal ongeveer veertigduizend Nederlanders . Een machtige artillerie ondersteunden deze troepen.
Het garnizoen van Maastricht stond klaar om, zo nodig, in te grijpen

De Belgische troepen.

Gen Daine was niet op de hoogte van de vijandelijke situatie.

Op 07 Aug 1831 zond de generaal zijn voorhoede onder bevel van Kolonel Bouchez en bestaande uit vier bataljons infanterie,twee eskadrons Jagers en een artilleriesectie, richting Diest, over een moeilijk begaanbare en hellende weg,die door bossen en struikgewas leidde.

De plaats waar de bloedige slag van Kermt geleverd werd, was goed bekend bij de Hasselaren.
De Diestersesteenweg, een oude bochtige, aarden weg,die alleen in de zomer begaanbaar was, vormde één van hun geliefde wandelwegen. Weelderige kastanjebomen overschaduwden de steenweg. Magnifieke huizen samen met kleurrijke tuinen en vruchtbare velden vormden de zijkanten.
Voorbij het Crutzenhof, op 20 minuten van de stad, had je het bos van Herkenrode dat zich bijna tot in Berbroek uitstrekte. Midden dat bos lag de abdij van Herkenrode.

Het gevecht

Zonder noemenswaardige tegenstand trok de voorhoede Kuringen binnen.
De Nederlanders naderden vanuit Herk-de-Stad.
Ter hoogte van het bos van Herkenrode, het bos van Stevoort en de abdij van Herkenrode kwam het tot een treffen.
Er werd geschoten van achter elke boom en vanuit alle vensters van de abdij.
Tot tweemaal vielen de Nederlanders de abdij aan. Telkens werden ze door de Belgen teruggedreven tot ze moesten terugplooien tot in Kermt.
Vanuit deze gemeente kwamen de Nederlandse Huzaren aanzetten.
Gelijktijdig verschenen ook de troepen van het 10de Linieregiment onder bevel van Majoor Borremans op het slagveld en wierpen zich op de Nederlanders.
Ook onze Jagers te Paard, die het gunstigste ogenblik hadden afgewacht, wierpen zich in de strijd.
De ( NL) Huzaren sloegen op de vlucht tot in het centrum van Kermt, de Belgische troepen namen Kermt in. Zij stelden zich op en rond het kerkhof op.
De Nederlandse reservetroepen kwamen terug.

De kapitein Blondeau, begeleid door een peloton Jagers te Paard,plaatste zijn kanon op de Grote Baan, nabij de kerk,en maakte heel wat slachtoffers bij de vijand. Door twee sabelslagen zou hij zwaar gekwetst worden. Niettemin zou deze dappere kapitein met zijn kanon slachtoffers bij de Nederlanders blijven maken tot hij uiteindelijk door vijandelijke kogels definitief werd geveld.
Zijn lichaam werd begraven op het kerkhof van Kermt.

Uiteindelijk moesten de Nederlanders afdruipen tot in de bossen van Spalbeek.
De Belgische kanonniers leverden in deze slag van Kermt uitzonderlijke prestaties met vele slachtoffers aan Nederlandse zijde.
Deze slag van Kermt, die rond 17 uur plaats greep, was zeker de bloedigste en de meest wreedaardige uit deze periode: meer dan 69 doden , naast tientallen gewonden, waren er te betreuren.

Ook hier vertikte het generaal Daine om de strijdende eenheden te versterken.Slechts om 19 uur, toen de strijd gestreden was, zond hij nog twee kanonnen naar het slachtveld.
Rond 20 uur verscheen Daine zelf op het slagveld en liet de achtervolging van de vijand, richting Herk-de-Stad , staken.

Geen gedenkteken in Kermt herinnert aan deze bloedige en belangrijke slag in de Belgische geschiedenis.

• Wat er nadien gebeurde .

Wat was er intussen in Hasselt gebeurd ?

Niemand had een gevecht , richting Diest, verwacht omdat niemand de vijand in die richting had waargenomen, wel had men gedacht dat het gevaar uit het noorden zou komen
Daar Gen Daine en zijn officieren nog steeds in de Wijnromer waren, dacht men dat het allemaal niet zo erg zou zijn.” Vermits de opperbevelhebber van het Maasleger, samen met zijn stafofficieren, rustig met de voeten onder tafel blijven zitten, kan de toestand toch niet zo ernstig zijn “.

Het gerucht verspreidde zich dat de vijand in St-Truiden was; één à twee uur van Hasselt verwijderd !!
Men begreep dat de enige vluchtweg, deze naar Luik was.
De laatste troepen verlieten Hasselt rond 17 uur.

Uit veiligheidsoverwegingen werden het stadsgeld en de stadsarchieven reeds naar Luik gebracht.

De regimentskas van het Elfde Linieregiment werd op de zolder van een huis in de Maastrichterstraat ( oud-huis Briers ) verborgen.

Rond 23 uur op 07 Aug 1831 kwamen de eerste Belgische troepen de stad terug binnen. Later volgde de rest van het Maasleger. De soldaten waren uitgehongerd daar ze de ganse dag niets te eten en te drinken hadden gekregen. Gelukkig konden ze rekenen op de gulheid van de Hasselaren.

Op 08 augustus 1831 om 9 uur ’s morgens liep het ordeloos Maasleger nog steeds door de straten van Hasselt.

De vijand rukte opnieuw naar Hasselt op: de tweede ( NL ) Div van Saksen-Weimar had Sint-Truiden verlaten en bevond zich om 8 uur reeds te Alken. De reservedivisie van Cort Heijligers verplaatste zich naar het Noorden ( Houthalen -Zonhoven ) . De Prins van Oranje zelf voerde de derde ( NL) divisie aan richting Kuringen.

In hert bos van Herkenrode lagen de tirailleurs van Majoor Lecharlier, die het terugtochtbevel van Daine niet had opgevolgd, in hinderlaag. Zij vertraagden ruime tijd de vijand uit Nederland en vervoegden uiteindelijk ook Hasselt.

Deken Vaesen, samen met de burgemeester en de schepenen hadden zich naar Kuringen begeven om de Prins van Oranje te smeken de stad te sparen.
De eis werd ingewilligd, maar enkele uren later reden de eerste Nederlandse troepen via de Kuringerpoort de stad binnen.

Onze eenheden waren reeds richting Luik vertrokken, via de Luikerpoort. Enkele elementen van de achterhoede zouden nog slag leveren met de Nederlandse troepen die zelfs de achtervolging richting Kortessem inzetten.
In Tongeren zou generaal Daine en zijn stafofficieren in het hotel “De Pauw” logeren.

Een wachtmeester van het 2de Regiment Lansiers zou uit frustratie en de Belgische mentaliteit van dat ogenblik illustrerend, pogen om de generaal Daine te vermoorden. De poging mislukte en de onderofficier werd later maar tot één jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Tot op zijn sterfbed zou de commandant van het Maasleger blijven volhouden dat hij onschuldig was aan de hem ten laste gelegde feiten van samenzwering met de Nederlanders tegen de Belgen. Zelfs schakelde hij de bisschop van Doornik in om deze bewering kenbaar te maken aan de koning en aan alle Belgen.

Uiteindelijk zou het gros van het Nederlandse leger Hasselt binnentrekken op 08 augustus 1831.

De Oranjevlag werd onmiddellijk op de toren van de St-Quintinuskerk gehesen. De generaal Meyer , Comd van de derde (NL) Div vestigde er zijn Hoofdkwartier. In totaal werden er 248 Nederlandse officieren en 6732 soldaten ingekwartierd . De gewonden werden in het Gasthuis,in de gendarmerie ( meisjesweeshuis ) en in de militaire bakkerij in het Hemelrijk ondergebracht. De krijgsgevangenen verbleven in het College. De Prins van Oranje had zijn hoofdkwartier in Kuringen, bij pastoor M.Jan Lintmans, ingericht.

Op 09 augustus 1831 vernam Koning Leopold de melding van de nederlaag van het Maasleger. Het Scheldeleger moest dus alleen de schok opvangen:vijfenzeventigduizend Nederlanders tegenover vijfentwintigduizend Belgen. Een ongelijke strijd. Het was dus wachten op de Fransen.

Op 10 augustus vertrekt de divisie van generaal Meyer. Zij wordt vervangen door de reservedivisie van Gen. Cort Heijligers, 9600 man sterk.
Er werden o.m. 8000 kannen jenever , 50000 ponden hooi en 30000 ponden stro opgeëist.
De Prins van Oranje had ondertussen zijn troepen ondergebracht in de streek rond Leuven, waar ons Scheldeleger onder bevel van Koning Leopold was verzameld.

Op 12 augustus 1831 greep de laatste slag plaats tussen de Belgen en Nederlanders, in Leuven. De Nederlanders bleken te sterk voor onze troepen en omsingelden de stad. Ze dreigden ermee om Leuven te bombarderen.
De Fransen kwamen ons ter hulp., onder leiding van Maarschalk Gérard.

Koning Willem trok zijn leger, via Tienen, Sint-Truiden en Hasselt, terug .Hij wilde geen confrontatie met de Fransen.
Op 20 Aug 1831 trok het Franse leger Hasselt binnen. Zij werden zeer enthousiast door de bevolking onthaald.
Op 27 Aug vertrokken ze terug naar Frankrijk en werden vervangen door Belgische troepen.

Hasselt, 1844-1889
Datum Eenheid Onder eenheid
1/10/1844 11é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/10/1844 11é Régiment de Ligne 1é Bataillon
1/10/1845 11é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/10/1845 6é Régiment de Ligne 2é Bataillon
1/10/1846 11é Régiment de Ligne 3é Bataillon
1/10/1846 11é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/10/1847 11é Régiment de Ligne 3é Bataillon
1/10/1847 11é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/09/1849 6é Régiment de Ligne 3é Bataillon
1/09/1849 1é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/07/1853 1é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/07/1854 11é Régiment de Ligne Dépôt
1/07/1854 1é Régiment de Ligne Dépôt
20/09/1864 1é Régiment de Ligne Dépôt
20/09/1864 3é Régiment de Ligne Dépôt
1/01/1874 3é Régiment Chasseurs à Pied Staf
1/10/1880 1é Régiment Chasseurs à Pied 4é Bataillon
1/10/1880 1é Régiment Chasseurs à Pied 3é Bataillon
1/10/1880 1é Régiment Chasseurs à Pied Staf
29/09/1883 13é Régiment de Ligne Staf
29/09/1883 13é Régiment de Ligne 4é Bataillon
29/09/1883 13é Régiment de Ligne 2é Bataillon
21/06/1889 8é Régiment de Ligne Staf
21/06/1889 8é Régiment de Ligne 3é Bataillon
21/06/1889 8é Régiment de Ligne 4é Bataillon
21/06/1889 8é Régiment de Ligne Regimentsschool
1/11/1889 8é Régiment de Ligne 3é Bataillon
1/11/1889 8é Régiment de Ligne 4é Bataillon
1/11/1889 8é Régiment de Ligne 5é Bataillon
1/11/1889 8é Régiment de Ligne Regimentsschool
1/11/1889 8é Régiment de Ligne Staf

Toen de tiendaagse oorlog afgelopen was liet koning Willem van de op de Belgen veroverde kanonnen herinneringsmedailles maken die aan de Nederlandse soldaten zouden uitgedeeld worden.

• De gevolgen voor Limburg.

Limburg werd zwaar getroffen door de omwenteling van 1830 en de tiendaagse veldtocht van 1831.
Limburg en Luxemburg moesten een gedeelte van hun grondgebied afstaan.
Wij verloren het mooie Maastricht, Venlo, Roermond en Sittard.
De rijke velden gingen naar Nederland. Wij behielden de dorre heide.

Zelfs herinneringen aan onze naamloze helden van de gevechten rond Hasselt, Houthalen,Helchteren en Kermt werden nergens achtergelaten.

Slechts op het kerkhof van Kermt vinden we de graftombe van de dappere kapitein Blondeau als sober aandenken van onze onafhankelijkheidsstrijd in de XIX eeuw.

Bronnen:
1. N.N. “ Volksgeschiedenis van Limburg en Hasselt tijdens de omwenteling van 1830 en de Tiendaagse veldtocht.”, onuitgegeven werk, 1905, bijgewerkt 1982.
2. Patrick Verlinden, leerling Koninklijke Militaire School, onuitgegeven seminariewerk, De Tiendaagse veldtocht, augustus 1831. De gevechten bij Hasselt, Brussel, 1989.
3. Uittreksels uit Guido Vandermarliere, “ De tiendaagse veldtocht van Exel naar Kermt, met sttukken uit het Exelse archief en gazettenpraat “,
4. Internet site “Het Belgische Leger 1830-1914 “.

Hasselt
21/02/2012
Henri Polus

Immo in de regio

Auto's in de kijker

Jobs in de regio