Slechts de helft van jouw lichaam is menselijk en dat kan de medische wetenschap wel eens op zijn kop zetten

Print
Slechts de helft van jouw lichaam is menselijk en dat kan de medische wetenschap wel eens op zijn kop zetten

Illustratie Foto: Shutterstock

Het menselijke lichaam bestaat maar voor 43 procent uit menselijke cellen. De overige 57 procent zijn virussen, parasieten, bacteriën en andere microscopische kolonisten. Dat is een pak meer dan aanvankelijk werd aangenomen en dat kan een enorme gevolgen hebben voor de medische wetenschap.

Hoe vaak je je tanden ook poetst, doucht en je kleren wast: je bent van kop tot teen bedekt met microscopisch leven. Niet enkel op, maar ook in je lichaam is het een exotisch allegaartje van microscopisch materiaal. En wat blijkt: dat allegaartje is een pak groter dan eerst gedacht.

Aangenomen werd dat voor elke tien menselijke cellen er één microscopische levensvorm in ons lichaam leeft, maar nu blijkt die ratio eerder één op één. De grootste concentratie bacteriën en andere miniature wezens bevindt zich in onze darmflora.

Van allergie tot Parkinson

Hoe we naar bepaalde ziektes en aandoeningen kijken, van allergieën tot de ziekte van Parkinson, is op een sneltempo aan het veranderen dankzij een alsmaar betere kennis van ons microbioom. “Je bent meer microbe dan mens”, vertelt professor Rob Knight van de universiteit van San Diego aan de BBC. Dit is volgens hem vooral van belang op genetisch niveau.

Het menselijke genoom bevat om en bij de 20.000 genen. Elk gen is één instructie of een set regels die bepaalt hoe we opgebouwd zijn en functioneren. Maar is sprake van een wisselwerking tussen het menselijk DNA en dat van ons microbioom. Samengevoegd komt dat neer op 2 tot 20 miljoen ‘instructies’. “We hebben dus niet één genoom, het DNA van onze microben zijn in feite een tweede, parallelle genoom, bovenop het onze. Wat ons tot mensen maakt, is in naar mening, de combinatie van ons DNA en het DNA van onze microben.”

Infectieziekten en symbiose

De wisselwerking tussen ons lichaam en die microscopische kolonisten is doorheen geschiedenis van de medische wetenschap veelal als een strijd beschouwd. Met antibiotica en vaccins hebben we veel dodelijke ziektes de wereld uitgeholpen, maar in die strijd hebben volgens de professor mogelijk veel van de goede bacteriën vernietigd. “We hebben fenomenaal werk geleverd in de strijd tegen infectieziekten, maar tegelijkertijd zien we een schrikwekkende stijging van het aantal allergieën en auto-immuunziektes. Ons onderzoek naar het microbioom bekijkt hoe veranderingen daarin hebben bijgedragen tot een hele resem nieuwe ziektes en aandoeningen.”

Zo zijn er verregaande verbanden te vinden tussen de darmflora en verschillenden aandoeningen: gaande van de ziekte van Parkinson, obesitas, depressies, autisme en zelfs of chemo aanslaat in geval van kanker, aldus nog professor Knight.

Obesitas in muizen

In het geval van overgewicht en obesitas is het verband volgens de professor best wel duidelijk. Dat bleek uit een experiment met “steriele” muizen (opgekweekt in de meest sanitaire, bacterieloze omstandigheden mogelijk). “We hebben kunnen aantonen dat muizen dikker of dunner werden naargelang de bacteriën die we inplantten. Als we die uit fecaal materiaal van obese mensen namen, werden de muizen dikker en omgekeerd. Bovendien vielen obese muizen af, als we ze het microbioom van een mager persoon inplantten.”

“Dit is best verbluffend, maar het is maar de vraag of we dit gaan kunnen vertalen naar mensen.”

Dr Trevor Lawley van het Wellcome Trust Sanger Instituut meent van wel. “Zieke mensen hebben een defect microbioom, het idee is hier om bepaalde ontbrekende flora en bacteriën opnieuw te introduceren.” In de behandeling van darmziektes, zoals colitis ulcerosa (een chronische darmaandoening), heeft de methode al uitstekende resultaten geboekt. “Ik ben van overtuiging dat vele ziektes die we bestuderen, gedefinieerd zullen worden aan de hand van een cocktail van schimmels, virussen en bacteriën.” En hoewel microbiotische geneeskunde in de kinderschoenen staat, is het volgens Lawley niet eens zo gek dat deze goudmijn aan informatie aangewend gaat worden. “Een theelepel poep bevat meer informatie aan DNA van die microben dan letterlijk één ton aan dvd’s. Momenteel spoelen we informatie gewoon door. We zouden er veel meer mee kunnen doen.”