Jo Vandeurzen vertelt over zijn seksuele opvoeding

Print

Leerkrachten zouden meer relationele en seksuele vorming moeten geven, zodat ook jongeren die thuis moeilijk hun vragen durven te stellen, de juiste informatie krijgen. Dat zegt Sensoa maandag, naar aanleiding van de Week van de Lentekriebels. Het expertisecentrum heeft een video online gezet waarbij negen mensen tussen 11 en 70 jaar, onder wie minister van Welzijn Jo Vandeurzen, getuigen over hoe zij seksuele vorming hebben gekregen.

Zeker is dat seksuele vorming meer en meer ingeburgerd raakt in het onderwijs. Uit een enquête van Telefacts blijkt dat 96 procent van de 18- tot 35-jarigen ooit seksuele voorlichting op school hebben gekregen. Maar voor een ruime meerderheid (83 procent) mag er gerust nog meer aandacht aan besteed worden. De Vlaamse Scholierenkoepel pleitte eerder al om er niet alleen een negatief verhaal van te maken, gericht op ongeplande zwangerschappen of seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s), maar ook de leuke aspecten te belichten.

De meeste aandacht in het onderwijs gaat naar het biologische aspect. Sensoa pleit dan ook voor meer aandacht voor relaties en seksualiteit. “Zaken als verliefdheid, (online) flirten, duurzame relaties, leren praten over elkaars wensen, grenzen en gevoelens, omgaan met afwijzing,... daar worstelen jongeren mee”, stelt het expertisecentrum vast.

Leerkrachten kunnen hierbij een essentiële rol spelen. “Leerkrachten kunnen een veilige klasomgeving creëren waarin alle leerlingen hun vragen durven stellen, ook als ze dat thuis niet durven”, klinkt het. In het Sexpert-onderzoek uit 2013 zei bijna een vijfde van alle jongeren dat ze bij niemand in het gezin terecht konden met vragen over seks.

Meer informatie op www.weekvandelentekriebels.be.