Verdediging cannabisbende ziet problemen met huiszoeking en verhoor van elektricien

Print
Verdediging cannabisbende ziet problemen met huiszoeking en verhoor van elektricien

Foto: AFP

Hasselt -

In de Hasseltse correctionele rechtbank zijn vrijdag de pleidooien verdergezet in het proces over een 24-koppige cannabisbende. Het vermeende 47-jarige kopstuk van de bende riskeert 8 jaar cel en 30.000 euro boete. Het parket vraagt de verbeurdverklaring van 1,3 miljoen euro vermogensvoordelen.

Het dossier gaat over een zestal cannabisplantages in Houthalen-Helchteren, Tessenderlo, Seraing en Limbourg. Volges advocaat Luk Delbrouck zijn er problemen met een eerste huiszoeking en met het verhoor van een elektricien uit Hoeselt. Op basis van zijn verklaringen is het dossier in Hasselt samengesteld.

In het Hasselts dossier staat een 47-jarige elektricien uit Hoeselt terecht, die mee voor de elektrische installaties zorgde in de verschillende plantages. Hij maakte de illegale stroomaftakkingen in orde.

De Tongerse onderzoeksrechter had hem verhoord in een ander onderzoek, over cannabisplantages in Zutendaal en Bilzen. De elektricien had toen laten vallen dat hij iets wist van plantages in onder meer Houthalen-Helchteren. De verdediging heeft ernstige bedenkingen bij hoe de elektricien werd ondervraagd. “Zijn Salduz-rechten zijn geschonden”, pleitte Delbrouck. “Hij had niet op die manier verhoord mogen worden. Ik vraag dat proces-verbaal uit het dossier te weren, net als alle informatie die uit dat verhoor voortvloeit. Een huiszoeking in de Kerklaan in Houthalen had niet mogen gebeuren.”

Delbrouck, die de 26-jarige schoonzoon van de spilfiguur verdedigt, haalde aan dat ook de huiszoeking op de Grote Baan in Houthalen niet correct is verlopen. Daar stootte de politie op 5 november 2014 op 2.069 cannabisplanten.

Delbroucks cliënt riskeert 5 jaar cel en 18.000 euro boete. Een enkelband na een eerdere veroordeling voor cannabisteelt hield hem niet tegen om weer in zee te gaan met zijn schoonvader. “Cliënt deed beperkte tussenkomsten en was zeker niet de rechterhand van de hoofdbeklaagde, zoals het parket beweert”, aldus Delbrouck. “Ik vraag hem een celstraf met uitstel te geven, behalve voor de uitgezeten hechtenis.”