Graffiti op zaterdag

Terugblik

Print
Terugblik

Foto: LD

Aflevering nr. 1422 - Voor m’n jaaroverzicht blader ik traditiegetrouw door de oranje notitieboekjes met dingen die me de afgelopen twaalf maanden zijn opgevallen. Een excuus voor een eigenzinnige terugblik.

* * *

Van Mark Twain: ‘De geschiedenis herhaalt zich niet, maar hij rijmt.’

* * *

Aan het eind van m’n jaaroverzicht van vorig jaar, stelde ik de vraag wanneer ik m’n eerste hommel van 2017 te zien zou krijgen. In 2016 had ik namelijk, op een zonnige 6 januari, mijn eerste en uitzonderlijk vroege hommelwaarneming van dat jaar genoteerd.

Maar nu, in 2017, ben ik spijtig genoeg vergeten om zoiets op te schrijven. Geen statisticus, ik. Heel wat insecten, vogels en ook gevleugelde gedachten ontsnappen zo aan de gevangenschap van m’n notitieboekje.

* * *

Aan de vijver zit een man op een bankje voor zich uit te staren. Hij vraagt me, alsof ik het antwoord weet: ‘Waar zijn de zwanen naartoe?”

Hij ziet iets dat er niet is.

* * *

Achter me roept een vrouwenstem: “Karel!”

Ik denk dat ze mij voor iemand anders houdt.

Even later blijkt Karel een hond te zijn, zo’n worstmodel.

* * *

Een zelfverklaard ‘consultant’ heeft het in zijn optimistisch betoog over ‘geïnvolveerde personen’.

Ik denk dat het gewone woord ‘betrokkenen’ voor hem het beeld van een bewolkte hemel oproept – pessimistisch.

* * *

Tijdens twee weken huisarrest leer ik dat ‘griep’ – de naam van mijn cipier – etymologisch verwant is met ‘grijpen’.

* * *

Gehoord dat ‘Mah Na Mah Na’, de bekende tune en oorwurm vanjewelste van de Muppets, eigenlijk uit een Zweedse pornofilm van 1968 gepikt werd. Die film droeg de titel: ‘Sverige – Himmel eller helvete’, (Zweden – hemel of hel).

* * *

Bij de Noorse dichter Olav H. Hauge gelezen dat de waarheid een schuwe vogel is.

* * *

In juni ontdekte ik een kostbaar gedicht van de Zweeds-talige Finse dichteres Edith Södergran. Gespaard voor dit jaaroverzicht.

Stjärnorna (De Sterren)

När natten kommer

står jag på trappan och lyssnar,

stjärnorna svärma i trädgården

och jag står ute i mörkret.

Hör, en stjärna föll med en klang!

Gå icke ut i gräset med bara fötter;

min trädgård är full av skärvor.

[Als de nacht valt

sta ik op de trap en luister,

de sterren zwermen in de tuin

en ik sta in het duister.

Klang! Daar viel een ster!

Loop niet op blote voeten in het gras;

mijn tuin ligt vol scherven.]

Edith Södergran (1892-1923);

uit:’Dikter’ (1916)

* * *

De deurbel gaat.

Ik vraag wie het is.

Een stemmetje: “Ik ben een kind.”

* * *

In een documentaire vraagt de Estse componist Arvo Pärt aan zijn vrouw: “In mijn jeugd aten we tomaten met suiker, wist je dat?”

De vrouw antwoordt, nuchter: “Voor zover ik weet kan je tomaten enkel met zout eten.”

* * *

Op Spitsbergen lees ik dat de enige psycholoog van het eiland is vertrokken, en dat er nu dringend naar een nieuwe gezocht wordt.

In een wereld waar een half jaar lang duisternis heerst, de temperatuur levensgevaarlijke dieptes kan bereiken, alcoholisme woekert, wapendracht is toegelaten en om elke hoek een ijsbeer je een dodelijke dreun kan verkopen, is psychologische hulpverlening geen luxe denk ik. Misschien werd het de psycholoog zelf mentaal te zwaar?

* * *

Op 15 augustus hoorde ik na een lang zomerreces opnieuw vogeltjes fluiten. Een kantelmoment. Het gaat nu richting winter, bedacht ik.

* * *

Aan een Zweedse man op Gotland vraag ik hoe het komt dat zijn Viking-voorouders zo wreed waren – plunderaars, verkrachters en moordenaars - en Zweden vandaag zo’n vredelievend land is. Hij glimlacht: “We got it out of our system.”

* * *

Chinees spreekwoord: ‘De beste tijd om een boom te planten is vijftig jaar geleden. De tweede beste tijd is vandaag.’

* * *

Tussen de Tomatenbeek en de Moffert visvijver – tijdens een van m’n laatste boswandelingen van het jaar – hoor ik boven me de zo herkenbare, krakende keelgeluiden van een vlucht kraanvogels, een boodschap uit de hemel.

Tussen de takken waaruit ik al jaren ideeën voor deze stukjes heb kunnen plukken, volg ik de vogels. Even snel als ze gekomen zijn, zijn ze weer uit het zwerk verdwenen.

* * *

Indien iemand vraagt

over de geest van deze monnik,

antwoordt dan dat hij niet meer is

dan het voorbij waaien van de wind

in de onmetelijke hemel.

Ryokan (1758-1831);

uit: ‘Sky Above, Great Wind’

(vert. Tanahashi), p. 70

* * *

Met hoeveel waren de kraanvogels? Met vijf of zes? Ik zal het nooit weten.

Wat graag had ik hun aantal genoteerd. Teleurgesteld berg ik pen en boekje weer op.

Later bedenk ik dat het goed is dat ik het juiste aantal niet heb kunnen vastleggen. Dankzij de lege plekken op het beschreven notitiepapier, weet ik dat er nog vragen zijn die niet beantwoord werden.

Om de Waarheid te leren, moet ik dus nog wat verder wandelen.

Gelukkig Nieuwjaar en tot ziens.

Uw trouwe dienaar, FB