DE KERN

Drinkwater is een basisrecht. Tot de beloofde evaluatie er is, is het dus geoorloofd om dit troebele tariefsysteem in vraag te blijven stellen

Print
Drinkwater is een basisrecht. Tot de beloofde evaluatie er is, is het dus geoorloofd om dit troebele tariefsysteem in vraag te blijven stellen

Yves Lambrix

Bijna twee jaar bestaat ze al, de nieuwe waterfactuur. Ze gaat uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’: wie zuinig is, betaalt een basistarief van 1,83 euro per kubieke meter water. Wie veel water verbruikt, bijvoorbeeld om het zwembad te vullen of om vaak het gazon te besproeien, betaalt voor dat extra verbruik een comforttarief dat dubbel zo hoog ligt. Je moet geen hogere wiskunde te hebben gestudeerd om in te zien dat dit een billijk systeem is.

Toch is de waterfactuur allerminst rechtvaardig. Met dank aan het vastrecht, zeg maar het jaarlijkse abonnementsgeld dat u en ik aan onze drinkwatermaatschappij moeten betalen. Dat bedraagt 106 euro (inclusief zes procent btw) met een korting van 20 euro per gedomicilieerde. Een alleenstaande betaalt dus 86 euro vastrecht per jaar, een gezin met drie kinderen nul euro. Daarnaast betaalden 287.613 Vlamingen vorig jaar ook vastrecht... terwijl ze geen druppel water verbruikten. Dat zijn er bijna twee en een half keer meer dan in 2015. We hebben het dan over oudjes die hun woning voor een rusthuis hebben moeten inruilen en hun eigendom behouden, over mensen die maanden in een ziekenhuis liggen te revalideren, en over mensen die enkele maanden naar het buitenland trekken om daar te gaan werken of studeren.

Het systeem met het vastrecht is unfair, tenzij je ervan uitgaat dat een gezin met twee kinderen de norm is, dat de explosief groeiende groep singles zelf verantwoordelijk zijn voor hun eenzaamheid en de daaruit vloeiende hogere kosten voor water, gas, elektriciteit en kabel-tv, en dat nulverbruikers sowieso moeten betalen. Vlaams minister Joke Schauvliege stelt dat waterzuivering een maatschappelijke kost is waarin iedereen in de vorm van vastrecht aan bijdraagt. Dat is iets te kort door de bocht. Van de 100 euro vastrecht (exclusief zes procent btw) gaat slechts 20 euro naar waterzuivering, 30 euro naar de afvoer van afvalwater en 50 euro naar drinkwaterproductie. Dat de minister de evaluatie van de huidige tariefstructuur tot 2018 heeft uitgesteld, wijst er mogelijk op dat ze haar uitleg zelf niet waterdicht vindt.

Solidariteit is een mooi principe. Niemand heeft er bezwaar tegen dat gezinnen met kinderen op allerlei domeinen financieel worden ondersteund voor de zware kost die de opvoeding van kinderen met zich meebrengt. Niet het principe van de solidariteit, wel de mate waarin die wordt toegepast, blijft bij de waterfactuur de inzet van de discussie. Als je troebel water met rust laat, wordt het vanzelf helder, luidt een Chinese levenswijsheid. Daarop wachten zou in dit dossier getuigen van laksheid. Tot de beloofde evaluatie er is, is het dus geoorloofd om dit troebele tariefsysteem in vraag te blijven stellen. Omdat drinkwater een basisrecht is.