DE KERN

”De vraag is wie zal en kan bewegen in de Ierse grenskwestie”

Print
”De vraag is wie zal en kan bewegen in de Ierse grenskwestie”

Marc Van de Weyer

Gisteren werd nog eens duidelijk hoe groot de knoeiboel is waarin de Britse premier Theresa May zit, kort voor de Europese top waarop de overige 27 beoordelen of de Britten genoeg gedaan hebben om de obstakels te ruimen voor er over een nieuwe relatie post-Brexit wordt onderhandeld.

Er is altijd vanuit gegaan dat de financiële afhandeling van de boedelscheiding het grootste struikelblok zou zijn. Die miljardenkwestie bood Brexiteers ruim de gelegenheid om ‘geen cent voor Brussel’ te gillen. Intussen leek een regeling waarbij Londen nog jaren na zijn uittrede alle lopende verplichtingen voor zijn rekening neemt, de basis van een verstandhouding tussen de Britse regering en de resterende Unie te worden. Ook over dat andere obstakel, de rechten van goed drie miljoen EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk (en een miljoen Britten op het vasteland), lijkt er inmiddels grotendeels eensgezindheid.

Veel koppiger obstakel blijkt sinds enige weken de nieuwe buitengrens van de Europese Unie. Die valt samen met een van de meest sensitieve grenzen in Europa, tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek. Sinds het Goede Vrijdag-akkoord van 1998 is hij niet langer inzet van een bloedig conflict tussen gemeenschappen aan weerszijden van een politieke en religieuze scheidslijn. Maar het Noord-Ierse vredesproces staat onder druk- wat in januari al tot de val van de regionale coalitie leidde. Een ‘harde’ grens hindert niet alleen de economische ontwikkeling van heel Ierland, hij bedreigt ook dat wankele vredesproces. Zo luidt het principiële standpunt van de Ierse regering - dat ook het Europese standpunt is.

Gisteren leek er witte rook uit het Berlaymontgebouw te gaan komen. De Britse regering zou ermee akkoord gaan dat Noord-Ierland zich verder richt op Europese regels zodat er geen harde grens moét ontstaan. Perslekken in die zin ontketenden echter een storm in Belfast. De unionistische DUP (die oorspronkelijk tegen het Goede Vrijdagakkoord was) maakte brandhout van een compromis dat Noord-Ierland van het Verenigd Koninkrijk zou afzonderen. Aangezien de DUP in Londen de minderheidsregering-May op de been houdt, klonk het veto door tot aan de Brusselse lunchtafel waar de Britse premier zat te onderhandelen. En dus kwam er geen witte rook. De Europese en Britse onderhandelaars klonken gisteren optimistisch over de slaagkansen van het Brexit-overleg. De vraag is echter wie zal en kan bewegen in de Ierse grenskwestie. Ierland en de overige EU zijn duidelijk niet van plan toe te geven - en Theresa May zelf heeft geen enkele manoeuvreerruimte, zo werd gisteren nog eens duidelijk.