Graffiti op zaterdag

Winterklaar

Print
Winterklaar

Frans BAERT

Aflevering nr. 1418 - “Het begint te sneeuwen”, zei ik tegen de man die de verwarmingsketel had nagekeken.

“Ja, het is nu winter hé?” merkte hij op.

* * *

Deze nacht ruikt naar de winter.

Ik kan niet in de lente geloven.

Nader Naderpour (1929-2000), uit

het Perzisch door Tavassoly en Cronin

* * *

De wijze raad dat een mens zich op de winter moet voorbereiden, is zo oud als het fabeltje van de krekel en de mier.

Tijdens het koudste seizoen krijgt het lichaam het hard te verduren. Een warme jas, wollen muts en handschoenen zijn noodzakelijk. In koude landen wordt gezegd dat er geen slecht weer bestaat, wel slechte kledij.

Mijn eigen lijst van voorbereidingen is lang. Naast het onderhoud van de verwarmingsketel zorgde ik voor een nieuwe autobatterij en voor de bescherming van de buitenkraan tegen vorst.

Voor de vogels moet ik nog voer kopen, mijn vriesgevoelige planten zijn nog niet met een doek afgedekt, en een zak dooizout staat op het boodschappenlijstje

* * *

Indien het leven zoals een kanovaart op een stroom zou verlopen, dan zijn winters voor oudere mensen zoals de gevaarlijke watervallen onderweg.

Mijn opa geloofde in de heilzame werking van een bijzondere thee die hij het hele winterseizoen lang dronk – een griepspuitje was niet aan hem besteed.

Wanneer ik ’s zomers met hem ging wandelen, wees hij naar een soort onkruid dat overal groeide: “Weegbree.” Ik vulde een zak met de plantjes voor hem, blad én wortel.

Hij legde ze thuis op een opengevouwen krant te drogen. De thee die hij ervan brouwde bood volgens hem bescherming tegen alle griep-, neus- keel- en ooraandoeningen.

Zijn pleidooi klonk overtuigend, maar één slok van het drankje volstond om te begrijpen waarom weegbree-thee zo’n goedbewaard geheim is gebleven. De reden waarom het werkt is misschien dat de afschuwelijke smaak het griepvirus ook niet bevalt.

* * *

Een efficiënte voorbereiding op de winter heeft ook te maken met een goede ‘nabereiding’.

Wie bij het begin van de lente zijn winterjas en muts op een goede plek opbergt, zal wanneer het weer koud wordt weinig moeite hebben om ze terug te vinden.

De euforie van de ‘opgang’– dat mooie Limburgse woord voor ‘lente’ – zorgt soms voor slordige opbergpraktijken na de lange winter. Ik pleit schuldig.

* * *

In zijn bekende fabel over de krekel en de mier keurt Jean de La Fontaine het gedrag van de krekel af. Het insect heeft de hele zomer wat staan te zingen. Het te volgen voorbeeld is dat van de hardwerkende mier die ’s zomers een voedselvoorraad voor de winter heeft aangelegd.

Toen m’n zonen klein waren las ik hen soms voor – niet uit La Fontaine, maar uit ‘Frederick’, van Leo Lionni. Het verhaal gaat over veldmuisjes die tijdens de zomer graan voor de winter verzamelen. Maar het muisje dat Frederick heet doet niet mee, hij zit op een rots, tuurt naar het landschap en valt soms in slaap.

Tijdens de winter slinkt de voedselvoorraad van de muisjes, maar Frederick wordt niet gestraft zoals La Fontaine gewild zou hebben. De muisjes roepen wel zijn hulp in: ‘Kan jij iets doen?” Frederick vertelt hen dat hij ook een voorraad heeft aangelegd, dat hij met zijn ogen de kleuren van het zomerlandschap heeft verzameld en woorden heeft ontdekt terwijl hij droomde. Hij gebruikt vervolgens die kleuren en woorden om een opbeurend, hartverwarmend verhaal te vertellen. De muisjes zijn hem heel dankbaar.

Vroeger las ik ‘Frederick’ voor in het Engels, de moedertaal van m’n zonen. De slotregels rijmen in het origineel, spijtig genoeg niet in de Nederlandse vertaling:

When Frederick had finished, they all applauded.

“But Frederick,” they said, “you are a poet!”

Frederick blushed, took a bow, and said shyly,

“I know it.”

Leo Lionni, ‘Frederick’ (1967)

* * *

Terwijl ik ‘Frederick’ herlas, bedacht ik hoe elk seizoen eigenlijk enige voorbereiding vergt, zelfs de lente.

Als we ‘s winters naar een landschap turen en naar de bevroren stiltes luisteren, verzamelen we ingetogen beelden en klanken die we ook in bepaalde situaties in uitbundige, kleurrijke, warme tijden nodig zullen hebben.

In de winter – de ‘neergang’ – bereiden we ons voor op de ‘opgang’. Lenteklaar.

Good luck en tot ziens.

Uw trouwe dienaar, FB