“De federale en Vlaamse regering hebben de morele plicht om deze provincie te geven wat haar toekomt”

Print
“De federale en Vlaamse regering hebben de morele plicht om deze provincie te geven wat haar toekomt”

Yves Lambrix

Vandaag komt de Vlaamse regering samen in het Terhills Hotel in Maasmechelen. Na de gebruikelijke ministerraad roept Vlaams regeringsleider Geert Bourgeois de taskforce van het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) samen voor de halfjaarlijkse evaluatie. Dat actieplan kwam er op initiatief van toenmalig Vlaams minister-president Kris Peeters na de aankondiging van de sluiting van Ford Genk en zijn toeleveranciers op 24 oktober 2012.

Het plan met 134 projecten moet het Limburgse economische weefsel versterken zodat Limburg niet langer afhankelijk is van een of twee multinationals. Om de transitie van de klassieke maakindustrie naar de kenniseconomie te realiseren, hebben alle overheden samen daarvoor 317,5 miljoen euro vrijgemaakt.

Dat de evaluatievergadering vanmiddag met bubbels wordt beëindigd, stond in de sterren geschreven. De meeste projecten zitten op schema en vandaag telt Limburg minder werklozen dan voor de sluiting van Ford Genk. Dat Bourgeois & co neerstrijken in Maasmechelen is ook geen toeval: in het Maasland zit de werkloosheidsgraad met 7,84 procent op het laagste peil in negen jaar, al is dat vooral dankzij de forse aanwervingen die VDL-Nedcar in het Nederlandse Born hier heeft gedaan.

Deze uitmuntende cijfers volledig op conto van de Vlaamse regering schrijven, is de waarheid geweld aandoen. Die zijn ook het gevolg van de economische relance. Dat geldt niet voor de ontwikkeling van de incubatoren, de moderne broedmachines voor innovatieve bedrijfjes op negen plaatsen in deze provincie, en voor de nieuwe bedrijvencampussen. De Corda campus is daar het bekendste voorbeeld van. Vandaag staan op de vroegere Philips-site 200 bedrijven die samen 3.000 mensen tewerkstellen. Over drie jaar moeten er dat 5.000. Toch is het nu al te vroeg om het SALK al een onderscheiding te beloven. Van alle belangrijke mobiliteitsdossiers is immers nog niets in huis gekomen. Het is nog altijd wachten op de eerste sneltramlijn Hasselt-Maastricht. De zo noodzakelijke voltooiing van de Noord-Zuidverbinding is na 45 jaar nog altijd geen feit en het nieuwe meerjareninvesteringsplan van de NMBS met de hoognodige investeringen voor Limburg blijft dode letter.

Zoals het een goede student betaamt, moet Limburg optimistisch blijven en mag het het buisvak mobiliteit niet loslaten. We zullen daarbij blijven rekenen op de federale en Vlaamse regering. Hoe groot hun inspanningen ook zijn geweest, ze hebben de morele plicht om deze provincie te geven wat haar toekomt. Tenslotte worden ook Vlaanderen en België daar beter van.