Zoektocht naar buitenaards leven nog moeilijker dan gedacht

Print
Zoektocht naar buitenaards leven nog moeilijker dan gedacht

Foto: ss

Vreemde luchtstromen op enkele planeten buiten ons zonnestelsel, exoplaneten, zorgen ervoor dat wetenschappers hun zoekstrategie naar buitenaards leven moeten bijsturen. Onderzoek van het Duitse Max Planck Institute for Astronomy, in samenwerking met de KU Leuven, suggereert dat de samenstelling van de atmosfeer rond die planeten niet overal dezelfde is, zo staat in een mededeling van de Leuvense universiteit woensdag.

Wetenschappers zoeken al een tijdje naar buitenaards leven op exoplaneten. Daarbij kijken de onderzoekers onder andere naar de samenstelling van de atmosfeer rond die planeten. Als ze er chemische stoffen vinden zoals zuurstof of ozon, een variant van zuurstof, is de kans weer net iets groter dat er leven op de oppervlakte mogelijk of aanwezig is. Onderzoek van Ludmilla Carone (Max Planck Instituut), Leen Decin (KU Leuven) en hun collega’s toont aan dat deze chemische stoffen misschien beter verstopt zijn dan eerder gedacht.

De vorsers bekeken hoe ozon zich verspreidt in de atmosfeer van enkele van de dichtstbijzijnde exoplaneten die het potentieel hebben om leven te herbergen: Proxima Centauri b en TRAPPIST-1d en 1b. Die planeten zijn altijd met dezelfde kant naar hun respectievelijke ster gericht, waardoor zij een warme ‘eeuwige dagzijde’ en een koude ‘eeuwige nachtzijde’ hebben. Dit heeft een grote invloed op de aanwezige luchtstromen. Net die kunnen de samenstelling van hun atmosfeer bepalen.

“Op de Aarde lopen de luchtstromen van de evenaar naar de polen. Daardoor geraakt de ozon in onze atmosfeer mooi verdeeld over de hele planeet. Op Proxima Centauri b en TRAPPIST-1d en 1b leiden de luchtstromen van de polen naar de evenaar, waardoor de ozon zich aan de evenaar opstapelt”, zegt Leen Decin.

“Als we in de atmosfeer van een exoplaneet geen chemische stoffen vinden die op leven kunnen duiden, wil dit niet noodzakelijk zeggen dat deze stoffen er niet zijn. Misschien zitten ze niet verspreid over de hele planeet, maar geconcentreerd op bepaalde plaatsen waar we nog niet gekeken hebben of waar we niet kunnen kijken”, vult Ludmilla Carone aan.

Het onderzoek verschijnt woensdag in het vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.