DE KERN

Het sociale weefsel is nergens zo dicht als in Genk, het moet dus mogelijk zijn om te weten wie de relschoppers zijn

Print
Het sociale weefsel is nergens zo dicht als in Genk, het moet dus mogelijk zijn om te weten wie de relschoppers zijn

Liliana Casagrande

“Ach, het zijn maar enkelingen die de boel verzieken. Een paar rotte appels die het voor iedereen verknallen.” Hoe vaak horen we dat niet als er ergens een groep heethoofden bezig is met auto’s in de fik te steken of met kasseien te gooien? Denk maar aan dat oranje Peugeotje van elektricien Abdeslam dat drie jaar geleden tijdens een nationale betoging in brand werd gestoken. Hij had er een jaar voor gewerkt. Ook de Pakistaan die zaterdagavond in Brussel zelf zag hoe zijn nachtwinkel kort en klein werd geslagen, heeft er ongetwijfeld zeer veel energie in gestopt. Net als de Belg die zijn eigen winkel dag en nacht moet bewaken nu hij geen ruiten meer heeft. De stad Brussel bekijkt of ze alvast de kosten voor de bewaking op zich kan nemen. Want de handelaars zijn zeer, zeer boos. Ze vragen zich af waar de politie was zaterdagavond. Ze zijn niet de enigen. Een duidelijk antwoord hebben we nog niet gekregen. Blijkbaar was de politie wel voorbereid op de betoging tegen het asielbeleid van Theo Francken, maar wisten ze - in tegenstelling tot de cafébazen - niet dat Marokko zich kon kwalificeren voor het WK-voetbal.

In elk geval hoeft de politie niet tot de tanden gewapend te zijn omdat er ergens in Afrika een match wordt gespeeld. In Brussel wonen mensen van allerlei origine, die geïnteresseerd zijn in de meest diverse zaken. Je kan moeilijk voor elk evenement elke straathoek beveiligen. Bovendien is dit geen exclusief Brussels probleem, want er waren Marokkanen vanuit alle provincies naar hartje Brussel afgezakt om daar samen naar de match te kijken. Ook vanuit Antwerpen en Hasselt. Zouden die zich met hun ma in de buurt ook zo hebben gedragen?

De politie in Brussel is de relschoppers nog aan het zoeken. De politie van Genk trouwens ook. Want ook hier vond een dertigtal gasten het nodig om op auto’s te stampen of om die te bekogelen met stenen. Ze wisten trouwens zeer goed op wie mikken, want zelfs een zogezegd anonieme politieauto moest er aan geloven. Ook in Genk weten ze niet om wie het gaat. Zodra ze de kerels vinden, moeten we in elk geval hopen dat ze krijgen waar ze recht op hebben: een dikke straf. Excuses over werkloosheid en schooluitval praten dit soort gedrag niet goed. Want met stenen en kasseien kan je makkelijk mensen verwonden, doden zelfs. In Genk bestaat ongeveer alles wat je op sociaal vlak kan bedenken: jongerenwerkingen van allerlei formaat, honderden verenigingen voor de meest diverse groepen, vijf erkende moskeeën, ... Het sociale weefsel is nergens zo dicht, het moet dus mogelijk zijn om te weten wie de relschoppers zijn. Omerta heeft nog nooit iets opgelost. Want als je bij een Marokkaanse overwinning een steen gooit, wat doe je dan bij verlies?