“Dat regeringsleiders zich moeten verdedigen voor jobs die er zijn, is nieuw”

Print
“Dat regeringsleiders zich moeten verdedigen voor jobs die er zijn, is nieuw”

Liliana Casagrande

Oké, de extra jobs zijn er dus. 130.000 in de laatste drie jaar, zei de premier dinsdag bij zijn State of the Union. Als je de laatste maanden ook nog meerekent zijn er dat al 150.000. De cijfers komen van het Planbureau, zeggen ze er telkens expliciet bij. Zodat niemand hen kan verdenken van wat opklopwerk.

Tijdens het debat in de Kamer werd er anders wel heel erg met allerlei cijfers gejongleerd. Zeker nadat de oppositie vragen had over het soort jobs dat dit eigenlijk wel waren. Deeltijdse jobs volgens hen. Interimcontracten ook. Jobkes dus. Of jobs voor degenen die al jobs hebben, zoals de flexi-jobs. Raoul Hedebouw (PVDA-PTB) had de premier zo fel op de zenuwen gewerkt dat die gisteravond plots begonnen te briesen. “Populist, populist”, brulde Michel.

Ongeveer twee jobs op drie zijn voltijdse jobs, bleek dan weer uit rekenwerk van minister Kris Peeters. Het aantal mini-jobs - waarbij je maar weinig uren werkt - is gedaald, voegde fractieleider Servais Verherstraeten (CD&V) er nog aan toe. En het aantal viervijfdejobs is gestegen. Voor die groep zouden de vaders verantwoordelijk zijn. Die blijven tegenwoordig ook graag een dag thuis voor de kinderen. Meestal worden regeringsleden aangevallen op jobs die er niet zijn, dat ze zich ook nog moeten verdedigen voor jobs die er wel zijn, is nieuw. Uiteindelijk kon nog niemand aan die hele cijferdiscussie uit, waardoor er de hele dag allerlei tabellen circuleerden waarmee iedereen zijn cijfers wilde bewijzen. Enfin, we onthouden in elk geval dat er deze regeerperiode nog 40.000 jobs bijkomen. Hopelijk gaat de werkzaamheidsgraad dan ook omhoog, want vreemd genoeg zijn er ondanks die grote groei aan jobs, nog niet één procent meer mensen aan het werk dan bij de start van deze regering.

Meestal worden regeringsleden aangevallen op jobs die er niet zijn, dat ze zich ook nog moeten verdedigen voor jobs die er wel zijn, is nieuw

In debatten die tien uur duren, wordt er al eens graag grootsprakerig gedaan. Monica De Coninck (sp.a) - die als vorige minister van Werk zei dat iedereen met poten en oren aan zijn lijf aan de slag moet - had een nieuwe uitspraak klaar, waarmee ze nog een paar legislaturen verder kan. “Mensen willen een dak boven hun hoofd, een toffe job, de mannen willen een schone auto en de vrouwen schone kinderen.” Waarop Beke: “Ik kijk u recht in de ogen. Als ik moet kiezen tussen een schone auto en schone kinderen, dan kies ik voor de kinderen.”

Maar de opvallendste vergelijking over ‘werk’ kwam van Patrick Dewael die zich afvroeg of de oppositie misschien liever mensen aan een ‘uitkeringsinfuus’ hangt. Dat woord gaat nog ongetwijfeld nog een tijd mee. Net als die ‘poten en oren’ van De Coninck.