Tal van alternatieven, maar toch elke maand 20.000 dierproeven

Print

In een vijfde van de gevallen, of meer dan 50.000 experimenten, ondervond het proefdier ernstige pijn of overleed het. Foto: VUM

Brussel -

In Vlaanderen zijn vorig jaar bijna een kwart miljoen wetenschappelijke experimenten uitgevoerd op dieren. Het gaat exact om 245.758 dierproeven of meer dan 20.000 per maand, een lichte stijging ten opzichte van 2015. Dat blijkt uit cijfers van minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA). Hij wil de komende jaren het aantal structureel doen dalen en zet in op alternatieven. “Een mooi voornemen”, zegt Gaia. “Helaas ontbreekt het de minister aan daadkracht.”

Dierproeven zijn een noodzakelijk kwaad, zegt Weyts. Ze zijn nodig om tot doorbraken te komen in de wetenschap en nieuwe medicijnen te testen op hun veiligheid. “Maar toch zit elke dierenvriend ermee gewrongen.”

Een precieze verklaring voor de kleine stijging is er niet. “Bovendien blijkt uit de cijfers dat de betrokken dieren minder zwaar geleden hebben”, zegt Weyts. Desondanks is de tol nog steeds zwaar: in de helft van de bijna 250.000 dierproeven vorig jaar had het dier minstens matige pijn. In een vijfde van de gevallen, of meer dan 50.000 experimenten, ondervond het proefdier ernstige pijn of overleed het.

Weyts wil het aantal dierproeven de komende jaren structureel zien dalen. Begin dit jaar al maakte hij bekend 350.000 euro te investeren. Het grootste deel gaat naar een soort kenniscentrum, in samenwerking met de universiteiten. “Er bestaan al talrijke alternatieven, zoals onderzoek via computermodellen of in proefbuizen, maar die zijn onvoldoende ingeburgerd bij wetenschappers. Soms gebeurt onderzoek waarvoor dierproeven vereist zijn onnodig dubbel.”

“Zo oud als de straat”

Gaia reageert erg ontgoocheld. De maatregelen die Weyts neemt, zijn volgens de dierenrechtenorganisatie ruim onvoldoende. “Vrijblijvend hameren op alternatieven is een strategie die zo oud is als de straat”, zucht Michel Vandenbosch, die voorstelt laboratoria financieel te belonen als ze echt werk maken van minder dierproeven. “Tot nader order blijft beterschap afhankelijk van goodwill. Deze stijging toont echter aan dat er nog steeds geen sprake is van een mentaliteitswijziging in universiteiten en farmaceutische bedrijven.”

Volgens professor Jef Arnout, coördinator van de dierproeven aan de KU Leuven, wordt wel degelijk gewerkt aan alternatieven. Al betwijfelt hij of die zoektocht binnenkort tot een grote daling van het aantal proeven kan leiden. “In Vlaanderen gebeuren dierproeven vooral voor fundamenteel onderzoek, onder meer in de strijd tegen kanker, alzheimer en parkinson. Op dat vlak staan we nog steeds voor enorme uitdagingen.”