“Met een basisproduct als een ei mag je nooit risico’s nemen”

Print
“Met een basisproduct als een ei mag je nooit risico’s nemen”

Foto: Photo News

Brussel -

“Er zijn een tiental basisproducten in onze voeding waarbij een overheidsinstantie zoals het voedselagentschap geen enkel risico mag nemen, dat zijn melk, eieren, brood, enkele vleeswaren en vissoorten, en dergelijke.” Dat zegt prof. Willy Baeyens, chemicus aan de VU Brussel en tussen 2002 en 2016 coördinator van het Steunpunt Milieu en Gezondheid van de Vlaamse Gemeenschap. “Men mag zich bij dit soort zaken niet wegsteken achter het feit dat men 700 ‘warnings’ per jaar binnenkrijgt. Als het over pindanootjes gaat, zou ik nog zeggen oké, da’s minder belangrijk, maar bij een basisproduct als eieren, no way.”

Prof. Baeyens die ook de gevolgen van de dioxinecrisis heeft bestudeerd, vindt dat er bij de huidige fipronilcrisis een groot gebrek aan correcte informatie is. “Bij de dioxinecrisis wisten we vrij snel over welke stoffen het ging en in welke hoeveelheden ze aanwezig waren in de veevoeders en in de eieren en het kippenvlees, met deze fipronilkwestie is de informatie en de communicatie over de stoffen en hun waarden heel onduidelijk. Toch blijkt het probleem zich al te stellen sinds vorig jaar. Is de aanwezigheid van de fipronil sindsdien gestegen? Is ze gedaald? ... De omvang van het probleem is heel onduidelijk.”

Baeyens verwijt het FAVV dat ze heel weinig informatie geven, terwijl zij eigenlijk de enigen zijn die informatie kunnen geven. “Het FAVV zegt dat er weinig boven de norm wordt aangetroffen, maar hoeveel het precies is, daarover blijven ze in het vage. Dat is des te erger, omdat we sowieso al dagelijks in onze voeding heel wat endocriene verstoorders en kankerverwekkende stoffen binnenkrijgen. Als je daar dan nog een piekbelasting aan toevoegt van een giftige stof, dan kun je serieuze gezondheidsrisico’s krijgen.”

“Bij de dioxinecrisis in 1999 werd ook in eerste instantie gezegd dat het allemaal wel meeviel, maar een onderzoek in 2015 wees uit dat er heel wat meer slachtoffers waren dan aanvankelijk gedacht, omdat de blootstelling vrij lang heeft geduurd en bovenop de normale blootstelling kwam van verstorende stoffen.”

Eigenlijk toont de fipronilcrisis aan dat er te weinig lessen zijn getrokken uit de dioxinecrisis. “Het is een cyclisch weerkerend verschijnsel dat de aandacht na een bepaalde voedselcrisis na een tijd verslapt, en dat maakt dat we om de zoveel tijd met een nieuwe crisis te maken krijgen”, aldus Baeyens. “Dit keer is er een grote inschattingsfout gemaakt door het FAVV, omdat het over een basisproduct gaat, eieren, dat mensen - ook kinderen - dagelijks consumeren, is het niet in pure vorm dan in een verwerkte vorm.”

“Komt daarbij dat de crisis al in november 2016 is uitgebroken. Daardoor is kostbare tijd verloren gegaan. Dat de Nederlanders zeggen dat fipronil in de stallen zat en dus niet in de eieren, noemt Baeyens, een flauw argument. Als een verboden product in een omgeving van voedselproductie opduikt, is sowieso waakzaamheid geboden. Al in november 2016 hadden verschillende alarmbellen moeten afgaan.”

(belga)