Hof van beroep beslist volgende week over wrakingsverzoek in proces Maaseikse Syriëstrijders

Print
Hof van beroep beslist volgende week over wrakingsverzoek in proces Maaseikse Syriëstrijders

Foto: Belga

Brussel / Maaseik -

Het Brusselse hof van beroep velt volgende week vrijdag zijn arrest over het wrakingsverzoek dat was ingediend in het proces tegen 13 vermoedelijke Syriëstrijders en -ronselaars uit Maaseik. Volgens de verdediging was het openbaar ministerie, een magistrate van het federaal parket, in de raadkamer van de rechtbank geweest, wat minstens de schijn van partijdigheid wekte. Het hof van beroep was in een eerste arrest in februari ingegaan op het wrakingsverzoek maar die beslissing werd door het hof van cassatie verbroken.

Volgens het federaal parket zouden de verdachten in het dossier mensen geronseld hebben om te gaan strijden aan de zijde van Islamitische Staat in Syrië en teruggekeerde strijders opgevangen hebben. Enkelen zouden ook zelf naar Syrië vertrokken zijn of dat op zijn minst geprobeerd hebben.

Het proces had eerst moeten beginnen op 21 september maar moest herhaaldelijk uitgesteld worden omwille van praktische problemen en procedurekwesties. Op de laatste zitting voor de correctionele rechtbank, op 21 december, stelde de verdediging vast dat de magistrate van het federaal parket zich in de beraadslagingskamer van de rechtbank had begeven en diende een wrakingsverzoek in.

De rechtbank ging niet op dat verzoek in maar het hof van beroep besloot in februari dat die schijn wel degelijk was gewekt. Eind maart oordeelde het hof van cassatie echter dat die beslissing onterecht was en dat de enkele omstandigheid dat de rechters en de ambtenaar van het openbaar ministerie tijdens een schorsing samen in de raadkamer hadden vertoefd, geen schijn van partijdigheid kon wekken.

Het federaal parket was het met die zienswijze eens en vroeg vrijdag om het wrakingsverzoek af te wijzen. De verdediging drong er nogmaals op aan om de rechtbank toch te wraken.

Het arrest valt op 26 mei.

(belga)