vanmechelen op woensdag

”De fax is nooit aangekomen in Afrika, maar het internet wel”

Print
”De fax is nooit aangekomen in Afrika, maar het internet wel”

De fax is nooit aangekomen in Afrika, maar het internet wel. En met de bits and bytes heeft ook de honger naar verbinding en verandering zich over alle hoeken van het continent verspreid. Dat ervoer ik vorig week tijdens mijn reis naar Kaapstad, Addis Abeba en Harare. In Kaapstad had ik een elektrisch moment toen ik achter de coulissen van het grootste festival van het continent een brok geschiedenis passeerde. “Hello”, zei Desmond Tutu en ik helloode terug. We staken beiden onze hand op.

Een superkort maar intens moment tijdens het Design Indaba festival waar ik voor een publiek van 15.000 mensen mocht spreken over kippen terwijl mijn compagnon de route Chido Govera het over paddenstoelen had. En we daarna samen over kamelen spraken. Met op de achtergrond een symfonisch orkest dat Vivaldi speelde. Thema van het congres was hoe artistieke ideeën leiden tot nieuwe businessmodellen en hoe de creativiteit van nu de realiteit van morgen wordt. Niet in haar uppie maar door combinatie en verbinding.

De performance was een visueel mooi kunstwerk. Dat het publiek zoiets geen mumbo jumbo vond, kon enkel omdat er datgene was wat de Amerikaanse dichter Ezra Pound phanopoeia noemde: de juiste beeldtaal die iedereen begrijpt, over alle culturen en grenzen heen. Dat is de heilige graal van elke kunstenaar. Kunst als globale taal en als instrument om bestaande paradigma’s te herdenken, in het licht van nieuwe ontdekkingen, intuïties en filosofieën. Nieuwe paradigma’s die een draad, een navelstreng of kabel zijn tussen verleden, heden en toekomst.

In Harare, Zimbabwe, mocht ik vrouwen uit de lokale gemeenschappen leren hoe ze de kip van de toekomst, mijn Planetary Community Chicken, moeten verzorgen. En in het Ethiopische Addis Abeba wordt er een boerderijkunstwerk gebouwd voor het Cosmopolitan Chicken Project. De eerste stier werd gekocht. We zullen op zijn Karen Blixens werken, in harmonie met de kinderen van het land. Maar met dat verschil dat we over tien jaar niet Out of Africa willen gaan. Daarom zal er intens met de gemeenschappen samengewerkt worden en met grote, lokale en internationale spelers die de Planetary Community Chicken diep in de bodem moeten verankeren.

Gelukkig is de dreigende hongersnood niet in heel Afrika even hoog. Landen willen er ook hun eigen ondernemingen ontwikkelen en hebben hiertoe kansen, gebaseerd op deeleconomieën en vernieuwd ecologisch denken. “I have a farm in Africa, at the foot of Mount Entoto.”