Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

Patrick Janssens: “Naar Arsenal voor gesprek over Wenger”

CEO Patrick Janssens zou dolgraag met Stuivenberg op lange termijn werken

Patrick Janssens: “Naar Arsenal voor gesprek over Wenger”

Foto: Photo News

Hij kijkt liever vooruit dan terug. Toch komt Patrick Janssens, vlak voor hij naar een bijeenkomst van ECA (European Club Association) in Madrid vliegt, op onze vraag nog een laatste keer terug op het ontslag van Peter Maes. “Het is niet zo dat we mekaar wilden tegenwerken, we werkten naast mekaar. We waren te weinig een team naast het veld.” Meteen slaat de Genkse CEO de brug naar Maes’ opvolger. “Albert Stuivenberg deelt de sportieve visie van de club en is bijzonder veeleisend. Hopelijk lukt het ons nu wél op lange termijn.”

Heb je spijt van de keuze voor Peter Maes anderhalf jaar geleden?

Patrick Janssens: “Nee. Het is zeker geen verloren anderhalf jaar geweest. We hebben sportief een stap vooruit gezet en ook onze band met de supporters is aangehaald. De club staat verder dan in de zomer van 2015.”

Was een ontslag wel nodig? Jullie deden het heel goed in de beker en Europa én staan virtueel op drie punten van een plaats in play-off 1. Daarom was er ook uit verschillende hoeken onbegrip voor de beslissing.

“We hebben destijds mede voor Peter Maes gekozen omdat hij een groot draagvlak heeft bij het publiek. Dat is nu ook gebleken bij het ontslag. Maar wij vormden geen sterk team naast het veld, waardoor de mindere resultaten op het veld begonnen door te wegen. Sta je dichter bij mekaar, dan kan je dat opvangen. Nu werd te geïsoleerd gewerkt. Het is echt niet zo dat we mekaar tegenwerkten, we werkten naast mekaar door. Daardoor konden we niet de beoogde stap zetten naar de stabiele structuur, die we voor ogen hadden. Dieper ga ik hier niet op in, het heeft geen zin om de evaluatie in de media te maken.”

Jullie waren al geruime tijd bezig met de opvolging van Peter Maes. Hij was op dat moment nog in functie.

“Wij willen dat ook doen voor verschillende functies binnen de club. Je moet niet wachten tot er een vacature is om na te denken over de manier waarop iemand moet functioneren. Je moet voorbereid zijn op het moment dat zich iets voordoet. Daarom praat ik ook regelmatig met experts. Zo zat ik bijvoorbeeld samen met Ariël Jacobs, toen we een technisch directeur zochten. Met Sef Vergoossen sprak ik over het profiel dat onze club het best zou passen, wanneer we opnieuw op zoek zouden moeten naar een trainer.”

Hij raadde jullie Albert Stuivenberg aan.

“Het is niet de enige naam die viel. Eerst hebben we binnen de club gekozen tussen drie manieren om de situatie op te lossen. Het was de keuze tussen een soort van crisismanager, een trainer met ervaring in de Belgische competitie of iemand die zo goed mogelijk binnen de filosofie van onze club past. Er was al heel snel unanimiteit dat we voor optie drie moesten gaan.”

Jullie kozen ervoor om jullie nek uit te steken?

“Dat vind ik niet, deze aanstelling kadert perfect in ons sportief beleid. Het is misschien een moedige keuze, omdat ze onverwacht is. Maar als je die keuze niet durft te maken, moet je langs de zijlijn blijven zitten. Dan moet je deze functie niet willen uitoefenen.”

Wilden jullie niet gewoon meer controle op de trainer kunnen uitoefenen?

“Daar gaat het helemaal niet om. Wij willen werken binnen één gelijklopende visie. Als de technisch directeur en de coach hetzelfde denken over het soort voetbal dat we moeten spelen en de coach zich kan vinden in de manier waarop iedereen het gedachtegoed van de club helpt bewaren. Dan hoeft er van controle geen sprake te zijn.”

Je zegt voortdurend ‘we’. Hoe groot is de impact van het management, de sportieve commissie en de raad van bestuur in de besluitvorming?

“In onze vzw ligt, integendeel tot wat de algemene perceptie is, de dagelijkse leiding niet in handen van de raad van bestuur maar van het management. Voor de sportieve beslissingen zoeken Dimitri de Condé en ik een breder draagvlak bij de sportieve commissie, die verder bestaat uit Koen Daerden, Domenico Olivieri, Dirk Schoofs, Harry Lemmens en Herman Nys.”

Die laatste twee zitten in de raad van bestuur. Moeten zij nu niet zichzelf controleren?

“Nee, je moet het veel minder strikt zien. Als je in een formele structuur alles pas in laatste instantie in de schoot van de raad van bestuur zou gooien, dan zou dat heel moeilijk werkbaar zijn. Bij ons is de besluitvorming een organisch proces. Zo zit ik elke maandagochtend tussen 9 en 10 uur samen met voorzitter Herbert Houben. En is er twee keer per maand op donderdag een raad van bestuur. Daar gaat een sportieve commissie aan vooraf, met Herman Nys en Harry Lemmens. En een financiële commissie, waar Peter Croonen aanschuift. Dat werkt in de praktijk goed.”

Wat zijn je eerste indrukken van Albert Stuivenberg op dit oefenkamp?

“Hij bevestigt de indruk die hij ons tijdens de vele gesprekken vooraf heeft gegeven. Op zijn trainingen straalt hij de sportieve visie uit die in onze club centraal moet staan. Bovendien werkt hij bijzonder hard en is hij erg veeleisend. Veeleisender dan dat de gemiddelde supporter in het stadion zal denken. Spelers maken hier bijzonder lange dagen en worden voortdurend verplicht om mee te denken. Iedereen moet mee in het proces, het is nooit vrijblijvend.”

“Albert houdt ook iedereen aan de gemaakte afspraken. In België stemmen wij wel eens met iets in, terwijl we op dat moment al weten dat we het toch niet zullen doen. Daar houdt hij als Nederlander niet van. Het verschil wortelt in ons geloof, denk ik. Katholieken geraken er nog met een biecht vanaf, die kans krijgen protestanten niet.”

Hoop je eindelijk eens een trainer op lange termijn aan boord te houden?

“Daar zou ik nu voor tekenen. Er wordt vaak verwezen naar Guy Roux, Alex Ferguson en Arsène Wenger, als in voetbal over de lange termijn wordt gesproken. Ik ben daarom van plan om een keertje bij Arsenal aan te kloppen om meer te leren over hoe zij erin slagen om op lange termijn in een stabiele structuur te werken. De club kende ook mindere jaren onder Wenger, maar stelde hem nooit ter discussie. Overigens boeit ook het voorbeeld van Ajax en Barcelona me. Zij laten hun trainers doorgroeien van de jeugd naar het eerste elftal. Eveneens een interessant model.”