Burgemeesters willen Pokémon weg

Print

Ook Hasselt ontkwam niet aan de Pokémon-gekte. Foto: Serge Minten

Brussel -

Verschillende burgemeesters hebben een verzoek gestuurd naar Niantic, het bedrijf achter Pokémon Go, om de Pokémon in hun gemeente te verwijderen of te verplaatsen. Spelers strooien met zwerfvuil, verstoren de rust op kerkhoven of houden buurtbewoners wakker. “Een burgemeester móét wel optreden als de openbare orde in het gedrang komt”, zegt de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG).

Lillo, het idyllische dorpje aan de Antwerpse Schelde, telt normaal slechts 34 zielen. Maar sinds de Pokémonhype stromen er dagelijks honderden jongeren toe. Met maar één doel: de zeldzame Pokémon vangen die in Lillo opvallend vaak rondhuppelen. En om dat te bereiken, blijven ze tot in de nachtelijke uurtjes. Alleen: de bewoners kunnen niet meer slapen en ergeren zich blauw aan het achtergelaten zwerfvuil.

De strijd tussen bewoners en Pokémonjagers is het hevigst in Lillo, maar overal in Vlaanderen klagen gemeenten over de hype. Naast Antwerpen contacteerden onder anderen de burgemeesters van Vorselaar, Beerse, Herenthout, Grimbergen en Rijkevorsel Niantic, het bedrijf achter Pokémon Go, om Pokémonfiguurtjes te verwijderen of te verplaatsen.

Pokémonjagers die de rust verstoren op vredige grond: de kwestie haalt zelfs het Vlaams Parlement. In een schriftelijke vraag verzoekt parlementslid Jan Bertels (sp.a) ministers Liesbeth Homans en Geert Bourgeois (N-VA) om Niantic aan te schrijven. “Om alle Pokémon te verwijderen van gebeds- en begraafplaatsen”, zegt hij. “Ik heb niets tegen het spel, maar daar is het toch ongepast.”

Elders vergaderen schepencolleges over de afvalberg die de spelers achterlaten, worden extra politiepatrouilles uitgestuurd of parkeerverboden ingesteld. Verkrampte acties van burgemeesters die niet mee zijn met hun tijd? “Als de openbare orde in het gedrang is, moeten ze wel optreden”, zegt Koen Van Heddeghem van de VVSG. “Of dat nu door Pokémon of een luidruchtige fuif is. Hopelijk lost het probleem zichzelf op in september, wanneer alle jongeren weer op de schoolbanken zitten en het slechter weer wordt.”