Hartverscheurend dagboek van moeder Melissa Russo: “Ik weet het al, enkel door hen te zien: ze hebben je gevonden”

Hartverscheurend dagboek van moeder Melissa Russo: “Ik weet het al, enkel door hen te zien: ze hebben je gevonden”

Het is exact twintig jaar geleden dat de levenloze lichaampjes van Julie Lejeune et Melissa Russo werden teruggevonden in een tuin in Sars-la-Buissière. Begraven onder zes meter aarde, weggegooid als vuilnis. Het nieuws van die dag is in het collectief geheugen gegrift, maar de details dreigen na twintig jaar in de vergetelheid te raken. Niet voor Carine Russo, de mama van Melissa. Voor haar is het alsof het pas gisteren 17 augustus 1996 was.

Veertien maanden zaten er tussen de verdwijning van Julie en Melissa op 24 juni 1995 en de vondst van hun levenloze lichaampjes op 17 augustus het jaar daarna. Veertien maanden van mysterie, van angst, van schreeuwen in de leegte. Het boek dat de mama van Melissa Russo over die periode schreef, en dat vandaag/woensdag uitkomt, heet dan ook niet verrassend “Quatorze Mois”.

Hartverscheurend dagboek van moeder Melissa Russo: “Ik weet het al, enkel door hen te zien: ze hebben je gevonden”

Het verhaal in haar boek is haar eigen gedachtegang, dag na dag opgeschreven in kleine blauwe schriftjes, tijdens de zoektocht naar haar dochter. De woorden moesten volledig herschreven worden tot een verhaal, want de schriftjes bevatten vaak enkel uitingen, gevoelens. Een waarheidsgetrouwe weerspiegeling van Carines ervaringen en gevoelens tussen de dag dat Julie en Melissa verdwenen en de dag dat ze werden gevonden. Een boek over haar leven op het moment dat er van een leven bijna geen sprake meer was. Eerder een nachtmerrie, waaruit Carine en haar echtgenoot elke dag hoopten te ontwaken.

Kerstmis, zonder hen

Een aangrijpende passage in het boek is de manier waarop de Russo’s Kerstmis vierden. Kerstdag, zonder ‘hen’. Carine Russo herinnert zich nog hoe ze stond te schreeuwen op het pad achter het huis waar Julie en Melissa op mysterieuze wijze waren verdwenen. “Waarom, schreeuwde ik. Maar de ijzige wind antwoordde niet. Zou er ooit zo’n grote stilte bestaan hebben? Het was het einde van het jaar, en nog hebben we onze meisjes niet terug. Niemand heeft hen teruggebracht”, schrijft ze op 25 december 1995.

De tekst toont Carine in het diepste van haar ziel, maar toch wil ze dat de hele wereld haar gedachten kan lezen. “Ik moest durven te herinneren, ik moest dit verhaal vertellen. Praten over Melissa, zodat ik die verschrikkelijke onrechtvaardigheid niet zou meenemen in het graf”, vertelt ze aan de Franstalige krant La Libre Belgique. Een boek tegen de vergetelheid ook, want de verdwijning van Julie en Melissa was al in de vergetelheid geraakt toen de zoektocht eigenlijk nog bezig was. “Justitie is op zoek naar schuldigen. Maar wij, wij zoeken onze kinderen”, zo omschrijft Carine Russo het op 25 maart 1996 in haar blauwe schriftje.

Hartverscheurend dagboek van moeder Melissa Russo: “Ik weet het al, enkel door hen te zien: ze hebben je gevonden”
Julie en Melissa, op hun opsporingsfoto uit 1995-1996 Foto: Reporters

“Jij, mijn kleintje, wanneer kom je?”

Het hartverscheurendste deel van het boek is ongetwijfeld de weergave van die vreselijke 17 augustus 1996. De dag dat Julie en Melissa zullen worden teruggevonden. Twee dagen eerder zijn Sabine Dardenne en Laetitia Delhez al bevrijd uit het huis van Marc Dutroux in Marcinelle. Zij konden aan de dood ontsnappen, en de Russo’s hopen op dezelfde afloop voor Julie en Melissa.

Die 17e augustus al wist Carine Russo al ’s ochtends dat er iets op til was, dat er een doorbraak zat aan te komen. “De spanning is werkelijk te snijden. Het is alsof het bloed uit mijn aders wordt getrokken, alsof er geen leven meer in mij is. Ik ben voor de helft dood, en verga van de angst. Ik herhaal steeds maar lege woorden, maar ze vliegen weg nog voor ik ze begrijp. Het is als een marathon waar ik fysiek noch moreel klaar voor ben. Maar ik zal niet instorten voor de eindmeet. Ik wil schreeuwen, maar ik kan niet. Ik wil haten, maar ik kan niet. Ik wil sterven, maar ik kan niet. Jij, mijn kleintje, wanneer kom je? Op dit moment zijn we al meer dan 10.000 uur van elkaar gescheiden. Ik heb de maanden, de weken, de dagen en de uren geteld. Ik denk niet meer, ik wacht alleen maar. Want we weten dat er iets aan het gebeuren is.”

Een paar uur later: “Er is nog steeds niemand langsgeweest om met ons te praten. Om ons een klein beetje informatie te geven, of ons bij te praten over de kleinste evolutie in het onderzoek. Sinds het bericht van de wijkagent gisteravond, niks meer. We herhalen steeds maar dezelfde woorden: dat we onze vingers kruisen, want dat het nu bijna zal gebeuren. Maar wanneer zullen ze beslissen om een einde te maken aan onze lijdensweg? (...) Ik kan niet meer, Mimi...

Hartverscheurend dagboek van moeder Melissa Russo: “Ik weet het al, enkel door hen te zien: ze hebben je gevonden”
De moeders van Julie en Melissa in 1996, bij het opsporingsbericht Foto: BELGAIMAGE

“Te laat”

En dan is het zo ver. Julie en Melissa zijn teruggevonden. Maar in tegenstelling tot Sabine en Laetitia, is er voor de Russo’s geen reden toch blijdschap. Van zodra Carine Russo een volledig team aan haar huis ziet, met de procureur, een psycholoog, een dokter, mensen van justitie, weet ze het. Nog voor ze haar iets kunnen vertellen grijpt Carine opnieuw naar haar blauwe schriftje, en neemt ze afscheid. “Ik heb geen nood meer om te praten. Ik weet het al, enkel door hen te zien. Ze hebben je gevonden, lieverd. Ze hebben jullie allebei gevonden, Julie en jij. Te laat. Nooit zal ik je nog in mijn armen kunnen houden. Vaarwel, chérie.”

Het buikgevoel van Carine Russo klopt. Julie en Melissa zullen inderdaad nooit meer thuiskomen. Ze waren net als Sabine en Laetitia opgesloten geweest in de kelder in zijn huis in Marcinelle. Maar zij stierven de hongerdood. Achteraf werden ze begraven in de tuin van een huis in Sars-la-Buissière, onder zes meter aarde. Weggegooid als vuilnis.