Monopoly

Print

duchâtelet op vrijdag

Monopoly

Foto: HBvL

Monopoly, we hebben dit spel allemaal gespeeld. In 1903 uitgevonden en nog altijd actueel. Spelenderwijze maken we kennis met de “economische” kant van onze maatschappij. We kopen, geven geld uit aan overnachtingen, boetes en belastingen. We krijgen geld binnen door hotels uit te baten. Zou je dit spel kunnen spelen als je vooraf geen startkapitaal uitdeelt aan de deelnemers? Nee, want dan kun je geen eigendommen kopen en kosten betalen die in het Monopoly-leven ontstaan. De deelnemers krijgen bovendien op geregelde tijdstippen geld, telkens als zij een ronde hebben afgelegd. Zonder dat ‘gratis geld’ zou je het niet lang volhouden. Waarom doen we dat niet in het echte leven: iedereen een startkapitaal meegeven, of minstens een maandelijkse toelage waar je iets mee kan aanvangen?

Omdat wij vinden dat iedereen moet werken voor zijn geld. In de Bijbel zei God al tegen Adam dat hij in het zweet zijn aanschijns brood zou eten. Werken is erg diep geprogrammeerd in onze hersenen, in die mate dat als iemand betaald wordt als ‘werknemer’ maar volstrekt onnuttige dingen doet, alles in orde is in ons brein. Ik zal geen voorbeelden noemen, je hoeft echt niet lang na te denken om ze zelf te vinden. Ook als sommigen even werken en daarna de rest van hun loopbaan ‘op de ziekenkas staan’, is het in orde. Eigenlijk krijgen zij nu al gratis geld in ons land, geld zonder tegenprestatie. Dat is ook het geval voor 2,7 miljoen kinderen die kindergeld krijgen, via hun ouders.

Werklozen krijgen ook geld en OCMW’s geven geld aan hulpbehoevenden. Gepensioneerden krijgen geld, voor velen kan men zeggen dat dit uitgesteld loon is, voor anderen is het helemaal gratis geld. Onze overheid betaalt maandelijks 4 miljoen pensioenuitkeringen. Met de andere al genoemde uitkeringen komen we op 8,2 miljoen uitkeringen, voor een totaal bedrag van 75 miljard euro per jaar, omgerekend 550 euro per inwoner per maand. Niemand heeft het opgemerkt, maar we delen nu al gratis geld uit. De bedragen zijn erg ongelijk, de berekeningen gecompliceerd en vaak ondoorzichtig. Fraude en profiteurs maken de huidige verdeling van gratis geld ook niet rechtvaardig. Maar geld is er genoeg: het wordt geïnd door de belastingen die de overheid nu al heft.

Monopoly heeft ons geleerd dat geld moet uitgedeeld worden aan de mensen die deelnemen aan onze economie. De crisis van 2008-2009 heeft dat bevestigd. Koopkracht is de motor van onze economie. Veel te lang hebben wij gedacht dat tewerkstelling de motor was. 150 jaar geleden hadden we nog miljoenen landarbeiders, die zijn intussen bijna allemaal vervangen door machines. Auto’s en videoschermen worden gemaakt door robots. Machines en robots zijn dan ook de voornaamste bron van toegevoegde waarde in de wereldeconomie geworden. De mens kan daarvan profiteren, maar alleen als we onze hersenen opnieuw programmeren. Als de koopkracht gegarandeerd is, dan kunnen ondernemers daarop inspelen en iets extra’s proberen te verdienen door diensten te leveren aan medemensen. In geval van succes zullen ze nog enkele mensen aanwerven, als dat niet te ingewikkeld en te duur is.

Tijd dus om onze economie definitief in de plooi te leggen van de koopkrachteconomie: aan iedereen gratis geld uitdelen moet in de grondwet komen, zonder schroom.