Obama overspoeld met buitenlandproblematiek

Print
Obama overspoeld met buitenlandproblematiek

Obama overspoeld met buitenlandproblematiek Foto:

Zelden of nooit had een Amerikaanse president na de Tweede Wereldoorlog te maken met zoveel buitenlandse uitdagingen en onzekerheden tegelijkertijd in een belangrijke geostrategische regio als nu.

Terwijl de burgeroorlog in Libië - en de toenemende druk op Washington om te interveniëren - momenteel de grootste zorg voor president Barack Obama is, heeft zijn regering ook te maken met groeiende politieke spanningen bij door de VS gesteunde regeringen in Bahrein (de thuisbasis van de Amerikaanse Vijfde Vloot) en Jemen (de thuisbasis van een belangrijke groep Al Qaeda-verwanten).

Daarnaast speelt de onzekerheid over de ontwikkelingen in Egypte, na het aftreden van de Egyptische president Hosni Moebarak, een bondgenoot van de VS. Washington hoopt dat de transitie in Egypte niet zal leiden tot de komst van een regering die zich vijandig opstelt tegenover Israël. In diverse andere Arabische landen is het ook onrustig, met name in Jordanië, Oman, en Saoedi-Arabië.

Oostblok

Veel analisten wijzen erop dat president George H.W. Bush ook te maken had met een aantal onverwachte buitenlandse kwesties toen de Koude Oorlog ten einde liep, in het bijzonder tijdens de 'revoluties van 1989' waarbij het ene na het andere Oost-Europese land ten val kwam en uiteindelijk ook de Sovjet Unie instortte.

Dat proces had echter plaats over een periode van twee jaar, waardoor beleidsmakers hun aandacht - hoewel plotseling of onvoorzien - op één crisis tegelijk konden richten.

Bovendien had Washington in de veertig jaar daarvoor veel goodwill gekweekt bij de oppositiekrachten in Oost-Europa. Daardoor kon Bush een zeker vertrouwen hebben dat de 'bevrijding' zou leiden tot regime dat de VS welgezind zou zijn.

Obama kan in dat opzicht minder zeker zijn van zijn zaak in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het verleden van Washington deze regio is aanzienlijk problematischer dan het verleden dat de VS destijds in Oost-Europa - en misschien zelfs in de Sovjet Unie - hadden.

De traditionele steun voor autocratische heersers in de regio en de vrijwel onvoorwaardelijke steun voor Israël, die Obama recent bevestigde door in de VN-Veiligheidsraad een veto uit te spreken tegen de veroordeling van joodse nederzettingen op Palestijns gebied, heeft ervoor gezorgd dat de Arabieren aanzienlijk sceptischer tegenover de Amerikaanse bedoelingen staan dan de Oostbloklanden twintig jaar geleden.

Arabische Lente

Het feit dat Washington nog steeds 50.000 militairen in Irak en ongeveer 100.000 militairen in Afghanistan heeft, herinnert eraan dat Amerikaanse interventies in de regio niet altijd goed uitpakken. Dat die twee landen en het Amerikaanse leger in de afgelopen twee maanden zijn verdwenen van de voorpagina's, laat zien hoe groot de uitdagingen zijn waarvoor Obama in het Midden-Oosten staat.

Totdat de "Arabische Lente" zich plotseling aandiende in Tunesië en Egypte, stonden Irak en Afghanistan bovenaan de Amerikaanse buitenlandse agenda. Ook Washingtons wankele relatie met Pakistan en de groeiende zorgen over het Iraanse nucleaire programma kregen veel aandacht.

Dat deze kwesties grotendeels uit beeld zijn geraakt, wil niet zeggen dat ze minder urgent zijn geworden. Amerikaanse beleidsmakers en onafhankelijke analisten tonen zich in toenemende mate bezorgd over de ontwikkelingen in die landen.

Washington wil voor het einde van dit jaar zijn troepen terugtrekken uit Irak, terwijl premier Nouri al-Maliki zich in de afgelopen weken steeds autocratischer opstelde. De door de VS gesteunde overeenkomst tot machtsdeling met Maliki's belangrijkste rivaal, Ayad Allawi, staat onder druk.

Het geweld waarmee de veiligheidstroepen de Iraakse 'Dag van Woede' vorig maand onderdrukten, verbaasde waarnemers en versterkte het gevoel dat het nog te vroeg is om de troepen terug te trekken.

Pakistan

In Afghanistan wijst generaal David Petraeus er op dat de taliban uit de regio's rond Kandahar en enkele andere belangrijke plaatsen zijn verjaagd. Maar onafhankelijke analisten zeggen dat het gaat om tijdelijk winst. Op belangrijke onderdelen uit Petraeus strategie, zoals het tegengaan van overheidscorruptie, het zorgen voor basisvoorzieningen voor de bevolking en het versterken van de gevechtsrol van het Afghaanse leger, wordt weinig of geen vooruitgang geboekt.

Terwijl het publieke debat over Afghanistan snel afnam als gevolg van de overweldigende media-aandacht voor de Arabische revoltes, is de oorlog in Afghanistan nog steeds weinig populair bij het publiek, blijkt uit de laatste peilingen. In het Congres en elders klinken stemmen die zich afvragen of het geld dat wordt uitgegeven aan die oorlog - meer dan 100 miljard dollar per jaar - elders in de regio niet effectiever kan worden gebruikt, gezien de huidige onrust.

Alsof dat nog niet genoeg is, verslechterden de Amerikaanse relaties met Pakistan, en in het bijzonder met het machtige leger, sinds december. De bureauchef van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA moest eind vorig jaar het land verlaten nadat zijn naam genoemd werd in de Pakistaanse media. Eind januari werd CIA-agent Raymond Davis gearresteerd op beschuldiging van de moord op twee Pakistanen die wellicht werkten voor de Pakistaanse inlichtingendienst ISI.

Volgens berichten zal Davis alleen worden overgedragen aan de VS als de CIA de Pakistaanse inlichtingendienst meer autoriteit geeft over de Amerikaanse CIA-operaties in Pakistan, vooral waar het de aanvallen met drones op Al Qaeda en taliban-doelwitten op Pakistaans territorium betreft.

De moord eerder dit jaar op twee prominente critici van de Pakistaanse anti-blasfemiewet - de gouverneur van Punjab en de minister voor Minderheden van de Federale regering - leidden tot hernieuwde zorgen over de kracht van radicaal-islamitische sentimenten in het land, in het bijzonder in het leger.

Jim Lobe (IPS)