Westkapelle
03/09/'10
Aflevering nr. 1083 - Omdat ik heel even verstrooid was, miste ik de afrit naar Veere. Tegen mijn wil werd ik door het kluwen van snelwegen in Middelburg opgenomen en pas aan de ‘verkeerde’ kant
van het knooppunt weer vrijgelaten.
Ik reed niet terug maar volgde de weg - Walcheren is niet zo
groot, we zouden er wel geraken, dacht ik.
* * *
Ik volgde de kustweg na Vlissingen en passeerde dorpjes
waarvan de namen me bekend klonken - Klein Valkenisse,
Groot Valkenisse, Zoutelande, Westkapelle. Ik herinnerde me
hoe ik als kind in Duinbergen ’s avonds graag naar vuurtorens
keek - links de vuurtoren van Zeebrugge, rechts, ver in zee,
die van Westkapelle, in Zeeland.
Ik ben vaak op Walcheren geweest maar tot in Westkapelle
was ik nog nooit geraakt. Het eerste wat je opvalt als je
Westkapelle binnenrijdt, is die vuurtoren. Hij is enorm en
ongewoon van vorm omdat hij bovenop een onthoofde gotische
kerktoren staat. De toren stamt uit de achttiende eeuw.
Na een brand in de negentiende werd er een roodgeverfde
metalen constructie op geplaatst waarin zich de lichtinstallatie
bevindt die als baken voor schepen op zee dient.
Ik nam enkele kiekjes van de vuurtoren. Eindelijk stond ik
hier. Kon ik echt van genieten.
* * *
In Westkapelle was het druk - kermis dacht ik. Ik zag opvallend
veel boerenpaarden. Het maakte me nieuwsgierig en ik
zocht naar een plaatsje om van m’n auto af te raken.
Het dorpsplein liep vol jonge mannen en vrouwen volledig in
het wit, met een oranje sjerp over de schouder. Enkelen reden
in galop op boerenknollen zonder zadel en probeerden om
een ringetje - 38mm doorsnee - dat aan een touw hing aan
hun lans te rijgen. ‘Ringrijden’, een volkssport die me niet
bekend was. Hier in Westkapelle bestond er grote belangstelling
voor.
Op een schoolbord werden de scores bijgehouden. Veel
mensen die ‘Minderhoud’ heetten. Johan de Witte stond
toevallig voor Kees van Sighem op de namenlijst.
Uit de luidsprekers dreunde een liedje dat hier niet thuishoorde,
vond ik. ‘Mijn Stad’ van Danny De Munk (‘Ciske de
Rat’) over zijn geliefde Amsterdam: ‘Ik wil niet naar Spanje
en ook niet naar Sneek. Ik wil niet de stad uit nog niet voor een
week. Al geven ze geld toe en dringen ze aan, ik denk er niet
aan om uit Mokum weg te gaan.’
Ik bedacht dat de ironie de inwoners van dit lieflijke dorp
wellicht niet ontgaan was en dat de plaat daarom zo vaak
gespeeld werd: ’Hier heb je alles wat je hartje bekoort, een ruzie
en inbraak en soms ook een moord. Je krijgt op je kanis, je fiets
wordt gejat, maar wat moet je doen als je Mokum niet had?’
* * *
De tekst op een herdenkingsplaat onthuld door ‘Rear-Admiral’
A.F.Pugsley, commandant van de ‘Naval Assault Group
in 1944’, maakte duidelijk dat niet alles in Westkapelle volksvermaak
is: ‘In 1944 werd Westkapelle noodgedwongen in de
strijd om de vrijheid verwoest.’
Op 3 oktober 1944 vernietigden Britse bommenwerpers de
zeedijk in Westkapelle waardoor Walcheren onder water
werd gezet en de Duitsers in grote moeilijkheden raakten.
Ik herinner me nog hoe mijn vader mij als kind in Middelburg
de sporen van de waterlijn op de huizen toonde. Bij het
Britse bombardement verloren honderdtachtig inwoners van
Westkapelle het leven. Bijna alle huizen en gebouwen werden
platgelegd. Enkele weken later was de kust er vrij voor landingsvaartuigen
met troepen die het eiland zouden bevrijden - er leefden toen nog maar zes mensen in het dorp.
Het gat in de dijk werd een jaar later gedicht - vandaag is een
kreek buiten het dorp een overblijfsel van de overstroming.
Op de zeewering van basaltsteen herinnert een Sherman-tank
ook aan de bevrijding.
Als je vanop die zeedijk naar het dorp kijkt, zie je hoe kwetsbaar
Westkapelle nog altijd is. Het dorp zit helemaal op het uiteinde
van Walcheren - een hoek die in zee uitsteekt, waartegen de
golven van de Noordzee onafgebroken beuken. Het dorp ligt
laag achter die zeewering genesteld. Het beeld van een boeg
komt me voor de geest - de boeg van een schip van steen.
Op het internet wordt naar de ‘Westkappelse zeedijk’ verwezen
- neen, geen spellingsfout. De Zeeuwse naam van het dorp luidt
immers ‘Westkappel’. Ik hoorde het ook van de wedstrijdcommentator
die het over ‘Westkappelse ringrijders’ had.
* * *
Het Amsterdam-liedje begon me danig op de zenuwen te
werken, vooral het refrein in het ‘Jordaans’: ‘Want Amsterdam
is poep op de stoep en haat in de straat, je bent op je hoede
vooral `s avonds laat. Dansen bij Jansen, kapsones in zuid, een
steen door de ruit.’
* * *
Aan het eind van de wedstrijd werden de jongste kinderen op
de boerenknollen gezet. Schattig hoe hun korte beentjes op
de reusachtige rug van zo’n boerenknol rustten. De kleintjes
hadden ook al een wit pak aan en de oranje sjerp waarop de
afkorting ‘ZRV’ (‘Zeeuwse Ringrijders Vereniging’). Toekomst
van deze volkssport verzekerd - als ze op Walcheren
blijven ten minste. Dat het Amsterdam-liedje tot in den treure
gespeeld werd was daarom wellicht geen toeval - ‘brainwashing’
zodat de jeugd niet naar Amsterdam zou vertrekken,
stad van ‘Poep op de stoep en haat in de straat, een knokploeg
die krakers hun huis uit slaat’.
* * *
Op de website van de Westkappelse Ringrijders Vereniging
staat een foto van de wedstrijd van zaterdag 5 juli 1947 met
ringrijder Lou Gabriëlse uit de Papestraat en ‘ringoppasser’
Jakob Cijsouw, ‘de opa van Peter Cijsouw’ (nummer 28 op
het scorebord, had ik gezien). Niemand op de foto in het
wit. Het was de eerste wedstrijd na de oorlog - het gat in de
zeedijk was gedicht. De honderdtachtig inwoners die bij het
bombardement gesneuveld waren, konden er niet meer bij
zijn. De ringrijder op de foto was in het zwart gekleed. Toch
werden er die dag nog ringen ‘gestoken’. De wapenspreuk
van Zeeland is niet toevallig ‘Luctor et emergo’ (‘Ik worstel
en kom boven’).
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT