Twee druppels water
09/07/'10
Aflevering nr. 1075 - Op het eind van de lange rit raakte ik verdwaald in dorpjes met namen als Wasseiges, Burdine en Héron.
Prachtige glooiende velden, boerderijen en kerkjes,
maar ik wilde er helemaal niet zijn. Ik had er al 1.200 kilometer
op zitten en wilde zo snel mogelijk naar huis.
Elke zomer gebruik ik de ‘Autoroute du Soleil’ om de afstand
tussen Zuid-Frankrijk en thuis te overbruggen - het was de
eerste keer dat ik amper twee dagen na de heenreis al terug
naar huis reed.
Ik was ’s ochtends om zes uur vertrokken. De reis was tot nu
toe zonder problemen verlopen.
Ik kon bij wijze van spreken al mijn stal ruiken, toen er een
onaangename verrassing op me wachtte - het segment tussen
Luxemburg en Luik was afgesloten en alle verkeer moest
via Namen. Toen daar ook aan de snelweg gewerkt werd en
slechts één baanvak openbleef, raakte alles hopeloos vast en
vorderde het verkeer stapvoets traag. Mijn geduld was op
en ik probeerde om langs de pittoreske dorpjes van Waals
Haspengouw thuis te raken. Ik zag geen wegwijzers en mijn
GPS sloeg voortdurend op hol. Ik dacht dat Limburg niet ver
meer kon zijn toen ik tot mijn verbijstering merkte dat ik weer
bij de snelweg was die ik een poos voordien had verlaten...
* * *
Veertig jaar geleden reed ik voor het eerst met mijn vader naar
het zuiden. Ik herinner me vandaag nog de dingen die hij me
onderweg vertelde. In Valence opende hij de autoraampjes
en hoorde ik het overdonderende gesjirp van de krekels en
rook ik de geuren van de natuur van het zuiden.
Toen ik met mijn kinderen voor het eerst Valence passeerde,
deed ik hetzelfde en ervaarden ook zij die geluiden en geuren.
De ‘Autoroute du Soleil’... dan denk ik aan plaatsnamen
zoals ‘Berchem’ in Luxemburg en ‘Woippy’ in Lotharingen,
aan de wegwijzers naar Genève en Barcelona, de waterscheidingslijn
tussen de bekkens van de Middellandse Zee en van
de Atlantische Oceaan, het bord aan de 45ste breedtegraad...
Elk jaar opnieuw, elk jaar hetzelfde.
* * *
In 1983 verscheen van de Argentijnse auteur Julio Cortázar
een boek over een tocht op diezelfde ‘Autoroute du Soleil’
– ‘Los autonautas de la cosmopista’. De meeste vakantiegangers
proberen hun reis zo kort mogelijk te maken, maar
Cortázar deed er met zijn partner met opzet drieëndertig
dagen over.
Zoals een ontdekkingsreiziger beschreef hij alles tot in de
kleinste details. Het reisverhaal kreeg ook een mythologische
dimensie – zo droeg zijn VW-busje de naam van de draak
Fafner uit de ‘Ring der Nibelungen’.
Cortázar droeg zijn boek op ‘aan alle gestoorden ter wereld en
in het bijzonder aan de Engelse gentleman die in de achttiende
eeuw - achteruit - van Londen naar Edinburgh liep terwijl
hij anabaptistische hymnen zong’.
Ik heb heel wat gegoogeld om de naam van die Engelsman
te vinden. Tevergeefs.
* * *
16:04 Tolhuisje. 113 frank. Wij verontschuldigen ons dat we ons
kaartje ‘verloren’ zijn. Alles in orde, maar de bediende noteert
wel het nummer van Fafner.
‘Los autonautas de la cosmopista’, p.217
* * *
Ik bestudeer de route van de ‘autoroute’ op ‘Google maps’.
Met m’n computermuis schuif ik de satellietfoto van onder
naar boven. Ik zie bossen, vijvers, steden en rivieren heel snel voor m’n ogen passeren. Begin ervan te duizelen. Op enkele
seconden reis ik van thuis naar Zuid-Frankrijk.
Ik leer iets bij. De wijngaarden van beroemde Bourgognewijnen
zoals Vosne-Romanée,
Nuits-Saint-Georges en Gevrey-Chambertin liggen op een
paar kilometer van de ‘Autoroute du Soleil’ - fijne stofdeeltjes
in zo’n dure wijn...
* * *
Cortázar ziet twee politieagenten en beeldt zich in wat ze
tegen elkaar over hen zeggen:
- Die schrijven een boek.
- De onnozelaars. Een boek? Over de snelweg? Moet ik dat
geloven?
- Toch is het zo.
- Ik weet dat ze krankzinnig zijn, maar niemand is zó gek!
‘Los autonautas de la cosmopista’, p.195
* * *
Ik dacht dat ik de ‘Autoroute du Soleil’ als mijn broekzak
kende - elke reis lijkt op de voorgaande. Maar terwijl ik in het
boek van Cortázar blader zie ik foto’s van reclameborden,
benzinestations en kampeerplaatsen die ik me nog herinner
van vroeger, maar die er nu niet meer zijn. Er zijn vandaag
ook heel wat dingen bijgekomen. Op dertig jaar is er meer
veranderd dan ik had kunnen denken.
Op mijn terugtocht van Zuid-Frankrijk enkele dagen geleden
merkte ik dat zelfs op twee dagen tijd een aantal dingen anders
zijn. Indrukken van bepaalde plekken verschillen sterk. In de
Vogezen dacht ik even een stuk snelweg uit noordelijk Arizona
te herkennen - had er twee dagen voordien helemaal anders
uitgezien. En de Mont Sainte Victoire - zo vaak geschilderd
door Cézanne in Aix-en-Provence - maakte een opvallend andere indruk. Eigenlijk blijft nooit iets hetzelfde. Zelfs als
ik een minuut later hetzelfde traject nog eens zou afleggen,
wordt dat toch een andere ervaring.
* * *
Op school leerde ik dat een gelijk is aan een. Heb ik ook lang
geloofd. Maar toen ik wat ouder was, kreeg ik in mijn cursus
filosofie het onthutsende nieuws te horen dat voor de gewone
sterveling een misschien gelijk is aan een, maar voor mensen
die de zaak dieper onderzocht hebben dat blijkbaar niet het
geval is. De redenering gaat als volgt. De een die links van het
gelijkheidsteken staat heeft de eigenschap dat hij links van het
gelijkheidsteken staat; de een rechts van het gelijkheidsteken
dat hij er rechts van staat. De twee cijfers hebben dus ieder
een andere eigenschap en kunnen daarom niet aan elkaar
gelijk zijn.
Het doet me ook denken aan de vingerafdrukken van een
mens - iemand met kennis van zaken herkent elke individuele
afdruk uit de miljarden mogelijke patronen van lijnen en
cirkels. Geen twee hetzelfde.
Niets is hetzelfde, zelfs geen twee druppels water.
* * *
Die dorpjes in Waals Haspengouw, daar wil ik deze zomer
nog eens naartoe. Glooiende velden, boerderijen, kerkjes...
Hopelijk nog hetzelfde.
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT