Het gemis
23/07/'10
Aflevering nr. 1077 - Haar ogen stonden dwaas. Haar wenkbrauwen zaten in
de knoop. Ze ging op de grond liggen om te slapen.
Enkele uren eerder had ik van de dierenarts een telefoontje
gekregen met de vraag of Noola misschien op een
steen had gebeten. Ik kon me niet voorstellen waarom een
hond zoiets zou doen. Negen kleine tanden had ze gebroken,
en die moesten er allemaal uit. Plots met negen tanden minder
door het leven, toch een zware klap.
* * *
Zondagochtend stonden we met onze oudste in het treinstation.
Hij keek uit naar een week op kamp: “Misschien
leer ik daar wel een fijn meisje kennen.” Toen hij hoorde dat
er zestig jongens meegingen en slechts twee meisjes, liet hij
het niet aan zijn hart komen: “Nieuwe vrienden maken zou
ook leuk zijn.”
* * *
Enkele jaren geleden plantten we lavendel rond ons rozenperkje.
Een van de lavendelplanten overleefde de winter die
volgde niet. Het gat in de haag stoorde me niet omdat ik
gemakkelijk bij de rozen kon als er gesnoeid moest worden.
Maar mijn vrouw had gelijk dat een haag met een gat erin
geen zicht was.
Een maand geleden vulde ik de leegte met een nieuwe lavendelplant
die eigenlijk te klein was en waarvan de bloemen
er anders uitzagen dan die van zijn buurplanten. Het gat
was dan wel gedicht, maar het zag er toch niet echt goed
uit. Ik beloofde dat ik deze winter voor een nieuwe plant
zou zorgen.
* * *
Onze jongste had het eerst best naar zijn zin om alle aandacht
te krijgen nu zijn oudere broer er niet was. Maar na twee
dagen opperde hij al: “Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen,
maar ik mis ‘m, m’n broer.”
* * *
In de droom waarmee ik deze ochtend wakker werd, stond
ik met enkele dames aan een marktkraam te kletsen. De
marktkramer vroeg me waarom mensen hun fototoestel soms
laten vallen. Heeft met evenwicht te maken, antwoordde ik.
Hij was tevreden met mijn antwoord. Plots waren de man
en zijn kraam uit het straatbeeld verdwenen. Ik vroeg aan de
dames wat er gebeurd was. Zij begrepen niet waarover ik het
had: “Een marktkraam? Hier? Nooit gezien.”
* * *
De meloenen waar ik mijn neus aan zette, lieten weinig van
hun parfum los.
De mevrouw van de groentezaak kwam me helpen. Met z’n
tweeën stonden we aan de ‘cavaillons’ te snuiven. “Deze ruikt
naar niks,” zei ik. Ze gaf me een andere: “Deze is heerlijk.”
In onze speurtocht naar de lekkerste meloenen volgde mijn
neus die van haar op de voet. Best een intieme bedoening,
besefte ik plots. Ik hoorde haar giechelen. Bedacht zij misschien
hetzelfde?
In de tijd van de meloenen besef je wat je de rest van het jaar
moet missen...
* * *
Ik zat met m’n jongste op een terrasje. Terwijl we op onze
bestelling wachtten, lazen we ieder in ons eigen boek.
Twee jaar geleden was ik al eens aan ‘The Rainbow’ van D.H.
Lawrence begonnen, maar het boek pakte me toen niet. Ik
miste misschien het geduld om een oudere roman tot mij te
nemen - veel beschrijvingen, lange passages waarin weinig
lijkt te gebeuren, zo dacht ik toen.
Een week geleden begon ik er opnieuw aan en was onder de
indruk van de prachtige taal en de psychologische inzichten
van Lawrence.
Ik vertelde aan m’n jongste hoe een boek van honderd jaar
geleden vandaag nog kan verrassen.
Hij was nieuwsgierig. Ik sloeg de roman op een willekeurige
plaats open en las hem een bladzijde voor. Dankzij zijn Amerikaanse
moeder is hij tweetalig. Hij vond het prachtig: “Ik
versta wel niet elk woord, en toch begrijp ik het helemaal.”
Hij vroeg me of hij op zijn beurt wat mocht voorlezen. Voorlezen
en voorgelezen worden, wat een kostbaar genot. Spijtig
genoeg kwam de kelner te vroeg met ons eten aan.
* * *
Ik zat wat tv te kijken bij m’n moeder. Een van de vele kookprogramma’s
op de buis. Ik vertelde haar niet hoe ik me
ergerde aan het taalgebruik van de chef: ‘cuisson’, ‘sole’,
‘receptuur’. Daar bestaan toch mooie Nederlandse woorden
voor: kooktijd, zeetong, recept. Geen gemis in onze taal.
Het deed me plezier toen mijn moeder plots opmerkte:
“Frans, ik erger me toch zo aan woorden zoals ‘cuisson’,
‘sole’ en ‘receptuur’.”
* * *
In Lyon, op weg naar Zuid-Frankrijk, hoorde ik op ‘Radio
France Culture’ een interview met een jonge theatermaker
uit Antwerpen. Altijd fijn om in het buitenland waardering
te vinden voor kunstenaars van bij ons.
Op een vraag over zijn stad vertelde de jongeman van
theatergezelschap ‘tg STAN’ dat Antwerpen maar een klein
provinciestadje is, geen aanrader voor een bezoeker aan België, niets te zien, bovendien hangt er de schaduw van extreem rechts boven. In België, zo rondde hij af, is er eigenlijk
maar één stad, en dat is Brussel.
Stad van ‘A’, maar blijkbaar toch niet van elke Antwerpenaar...
* * *
Het gemis van enkele tanden, van een zoon of een broer die
weg is, een marktkraam in een droom, de geur van een vrucht,
van een woord of een indrukwekkende romanschrijver... Het
zijn allemaal vormen van een dieper gemis, vaak noodzakelijk
om iets nieuws binnen te laten. Gemis, als winst.
* * *
Their coming together now, after two years of married life,
was much more wonderful to them than it had been before [...]
Wherever they walked, it was well, the world re-echoed round
them in discovery. They went gladly and forgetful. Everything
was lost, and everything was found.
D.H.Lawrence, The Rainbow (1915)
* * *
Ik keek naar het lavendelhaagje en merkte dat het niet meer
nodig was om de nieuwe plant die te klein was en andere
bloemen had, te vervangen. De takjes van de nieuwe lavendel
zaten verstrengeld in die van de oudere planten, en de bloemen
zagen er hetzelfde uit. De haag was gaaf. Zat er ooit een gat
in? Echt waar?
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT