Etenstijd
19/03/'10
Aflevering nr. 1060 - Ik riep m’n zoon erbij. Vanuit de keuken volgden we het spektakel dat zich op enkele meters van ons afspeelde. Uit
het gras groeide een molshoop - eerst een bergje van niks,
enkele minuten later al zo groot als een voetbal.
Dat de mol de plek onder de voederplank van de vogels voor
zijn graafproject had gekozen, verbaasde ons. Misschien wilde
hij ook een graantje van de vogels meepikken. We hoopten
dat hij even zijn snuit zou buitensteken zodat we hem konden
bewonderen.
Terwijl de mol zijn werk voortzette, daagden enkele merels
op die blijkbaar niet bang waren van de gestaag groeiende
berg vlakbij. Klompjes aarde rolden tussen hun poten, maar
de anders zo schuwe vogels bleven toch zitten. De reden voor
zoveel onverwachte moed werd snel duidelijk. De merels
volgden de stuiptrekkingen van de groeiende berg van heel
dichtbij om aardwormen die naar boven gestoten werden
binnen te kunnen spelen. Een onverwachte feestdis.
Op de kleine plek die wij aandachtig in het oog hielden, was
alles alles aan het eten, zo leek het. Vogels pikten graantjes
van de voederplank, de merels trokken pieren uit de berg,
wormen - die zelf op het menu van de mol en merels stonden
- zochten ondergronds naar bladerresten die door het
spijsverteringsstelsel van micro-organismen verteerd werden.
Eten om te leven.
* * *
Enkele dagen geleden met veel belangstelling naar een van
de vele kookprogramma’s op de buis gekeken. Ik kook en eet
graag en dus volg ik die dingen ook met veel belangstelling.
Maar de laatste tijd is het toch een beetje ‘des Guten zu viel’.
Het gaat toch ‘maar’ om eten dacht ik bijvoorbeeld, toen ik
een bekende kok jonge mensen zag vernederen omdat ze een
stuk rog ‘fout’ hadden klaargemaakt.
Een kok in een ander kookprogramma maakte kunstwerkjes
van elk bord dat hij serveerde. De man beleefde veel genoegen
aan zijn creaties en filosofeerde er ook graag over. Ik kon zijn
lyrische ontboezemingen over de kunst van de gastronomie
volgen. Leuke televisie. Aan het eind van het programma
concludeerde de kok plots: “Eten, dat is toch het belangrijkste
dat er is in het leven!”
De zin kwam aan het eind van een aanzwellend betoog waardoor
die conclusie haast onvermijdelijk werd. De man was
misschien tot een andere slotsom gekomen buiten de context
van zijn hartstochtelijk pleidooi. Het is toch duidelijk dat er
veel belangrijker dingen zijn in het leven dan eten?
* * *
“You know what they say? Once you kill a cow, you got to
make a burger.”
Lady Gaga, ‘Telephone’
* * *
Deze week uitgenodigd voor een maal in een restaurant waar
de kok wonderlijke kunstwerkjes klaarmaakte. Op onze
borden werden dunne sausstreepjes getrokken en piepkleine
bolletjes en druppels van vlees en vis gedeponeerd. Een als
groene Droste-pastille verkleed hapje bleek van eend gemaakt
te zijn, en een gelatineachtig schijfje enkele vierkante
centimeter groot bevatte een aantal vissoorten. Het zag er
allemaal prachtig uit, maar ik wist eigenlijk nooit precies
wat ik in mijn mond stak, bovendien zat er aan een van de
bolletjes een vissmaakje en vond ik een aantal dingen niet
echt lekker.
Zelfs het dessert stelde teleur - dingen die er als meringue en ijs uitzagen en het spijtig genoeg niet waren, en een luchtig soort
schuim met chocoladekleur waarin de smaak van chocolade
ontbrak... Vreemd genoeg had ik na dit miniatuurmaal last
van een indigestie.
* * *
“There’s an old joke - um... two elderly women are at a Catskill
mountain resort, and one of ‘em says, “Boy, the food at this
place is really terrible.” The other one says, “Yeah, I know; and
such small portions.”
Woody Allen, ‘Annie Hall’
* * *
Opvallend veel staartmeesjes in de tuin deze winter. Ze lusten
het graan en de pinda’s van onze voederplank. Ik stond
wat met mijn jongste te kijken. Het viel op hoe een van de
vogeltjes lang aan het plastic netje met pinda’s bleef hangen.
Toen ik de keukendeur opende, vlogen alle vogels weg, maar
een pimpelmeesje bleef bij de pinda’s. Het diertje was in het
netje vast komen te zitten. De plastic draad zat verschillende
malen om zijn pootje gewikkeld. Vogeltje dood. Een diertje
dat bij het begin van een beloftevolle lente door het eten van
onze pinda’s aan zijn einde kwam, het stemde m’n jongste
en mezelf droevig. Ik heb hem achter in de tuin in een putje
begraven.
* * *
Mijn oudste toonde belangstelling voor de theaterproductie van
‘La Grande Bouffe’ waarover een korte reportage op tv te zien was: “Daar zou ik graag naar gaan kijken”, zei hij enthousiast.
Ik schrok: “Ben je nog wat jong voor,” probeerde ik.
Enkele jaren geleden zag ik de film waarop het stuk gebaseerd
werd. Een ervaring die me niet onbewogen liet. De
prent uit 1973 gaat over mensen uit een burgerlijk milieu
die zich uit verveling dood vreten- een twee uur lang durende
opeenvolging van beelden van een handvol mensen
die zichzelf volproppen tot ze bijna barsten, die boeren en
scheten laten, in plassen diarree liggen en uiteindelijk op de
meest afschuwelijke manieren aan hun einde komen. Eten
om dood te gaan.
* * *
M’n oudste dacht dat hij dood was, de hommel die tussen
de bloemblaadjes van de krokus opgekruld zat. Het diertje
bewoog niet. Ik stelde hem gerust. Een half uurtje eerder had
ik dezelfde hommel in de krokus ernaast zien liggen. Zijn rug
vol stuifmeel. Na enkele minuten strekte het suffe beestje de
rug. Een teken van leven. Na een lange winter had hij zich
tegoed gedaan aan de nectar van de bloem en verkeerde nu
in een soort roes. Eten om te overleven.
* * *
“Eten, dat is toch het belangrijkste dat er is in het leven”,
had de kok aan het eind gezegd.
Maar een mens leeft toch niet om te eten? Eten is om te kunnen
leven. En leven, dat is om lief te hebben, om te vergeven,
om... om...
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT