De ontsnapping...
20/08/'10
Aflevering nr. 1081 - Met zes - of had ze het over acht? - zouden ze de volgende dag komen kamperen, vertelde m’n vrouw. Vriendjes van m’n jongste.
Ik schrok. Iets dat al eerder afgesproken was, verzekerde ze
me. Ik had er blijkbaar geen aandacht aan geschonken.
“Kamperen? Maar morgen gaat het bakken gieten,” merkte
ik op.
“Daarom zullen ze in de living kamperen,” legde m’n vrouw
uit.
Angstbeelden schoten me voor de geest van tentpaalgaten
in de vloer en spulletjes op de kast die tijdens een partijtje
‘indoor voetbal’ konden sneuvelen.
Mijn vrouw zag de angst op mijn gezicht en probeerde me
gerust te stellen: “Met stoelen en lakens gaan we ‘tenten’
maken en dan kunnen ze daarin slapen.”
Ik was absoluut niet opgetogen met het nieuws: “Een bende
joelende tieners in onze living?”
Mijn vrouw liet zich door mijn vraag niet van de wijs brengen:
“Ik ga ook pizza’s bestellen, popcorn maken en ik huur
enkele dvd’s.”
Betekende dit dat ik het tv-journaal zou missen, vroeg ik nog.
Domme vraag van me...
* * *
Twaalf uur later stond ik met mijn oudste in hartje Amsterdam.
De avond voordien - tijdens een spoedberaad - hadden
we besloten om te ontsnappen. Een nacht met gillende
kinderen zagen we echt niet zitten. Eerst waren we van plan
om in eigen stad op hotel te gaan, maar dan bedachten we
dat het op een ander altijd leuker zou zijn.
We zochten samen op het internet en kozen uiteindelijk voor
Amsterdam - niet te ver weg en toch ver genoeg. In een Japans
hotel konden we nog een ‘last minute’ kamer boeken voor
een gunstige prijs. Mijn zoon en ikzelf zijn gek op alles wat
Japans is - dat was dus ook meegenomen.
* * *
Terwijl we op het Cornelis Troostplein op de tram wachtten,
zagen we een Surinaamse man van middelbare leeftijd
tegenover ons zitten. Hij wachtte op de tram uit de andere
richting en was blijkbaar woedend op iedereen die te dicht in
zijn buurt kwam: “Garnaalhersens! Ze moesten ze allemaal
hun rijbewijs afpakken!!” Toen hij uitgeraasd was, stapte hij
op. Mijn oudste begreep zijn gedrag niet: “Hij wachtte lang
op de tram en stapte dan op!” Een man gevangen in zijn eigen
waanbeelden, probeerde ik uit te leggen.
* * *
In het Rijksmuseum stond ik oog in oog met een zelfportret
van Rembrandt op gevorderde leeftijd. Was niet de eerste
keer dat ik het schilderij van de oude man zag - met zijn
pokdalige neus en rimpels, het dunne, grijze baardje en die
vragende blik.
Op het kaartje met uitleg stond dat Rembrandt vijfenvijftig
was toen hij zijn zelfportret had geschilderd. Vijfenvijftig...
Precies mijn leeftijd. Het zette mij aan het denken - zie ik er
vandaag ook zo oud uit?
Ik bleef naar het gezicht van de schilder kijken. Zijn opgetrokken
wenkbrauwen drukten verbazing uit - dezelfde verbazing
die ik ’s ochtends ervaar als ik in de spiegel kijk: ben ik dat?
Hoe is het zo ver kunnen komen?
Het verouderingsproces, geen ontsnappen aan.
* * *
Als ik in Amsterdam rondloop, voel ik me er thuis. Het ‘klikt’
tussen mij en die stad, en dat is altijd zo geweest, al van mijn
eerste bezoek als kind. Met sommige steden klikt het – ik
had dat bijvoorbeeld ook heel sterk met Kyoto - maar met
andere niet. Niet altijd duidelijk waarom.
Amsterdam is een gezellige stad met een rijk verleden dat
de verste hoeken van de wereld met elkaar verbindt. Het
is tegelijk een wereldstad en ook een relatief kleine, mensvriendelijke
stad.
Amsterdam is ook de enige hoofdstad van een land waar
het gebruik van mijn moedertaal de normaalste zaak is,
en de inwoners vriendelijk blijven als ik in het Nederlands
‘alsjeblief’ of ‘goeiedag’ zeg.
* * *
Bij Scheltema op het Koningsplein kocht ik de roman ‘Dood
op Deshima’ van de historicus Nicolaas Berg. Het verhaal
speelt zich af op het eilandje Deshima in Japan. Tweehonderd
jaar lang waren de Nederlanders de enige Europeanen die
Japan binnenmochten. ‘Een groot deel van het jaar zaten ze
gevangen op het eilandje Deshima, en slechts één maal per
jaar, onder streng toezicht, gingen ze op weg naar Tokio; hun
blikveld bleef dus beperkt,’ staat op de achterflap. De roman
volgt de belevenissen van een Nederlandse arts die met zijn
Japanse leerling van Deshima ontsnapt.
* * *
Mijn zoon en ik namen het ontbijt in een koffiehuisje in de
Ferdinand Bolstraat. Op onze tafel lag een stapeltje ochtendkranten.
In de Volkskrant vond ik op haast elke pagina een
column. In Nederland bestaat een echte columncultuur - ik
kreeg een ‘coming home’ gevoel.
Een zin in de column van Ronald Giphart die me opviel: ‘Zit
al uren tegen dit stukje aan te hikken.’ Herkenbaar gevoel
voor me, geloof me! ‘Aanhikken’... ik kende het werkwoord
niet, maar wist precies wat Giphart bedoelde.
In een lezersbrief schrijft Hilda Passchier hoe je als zwemmer
aan een onderstroom kan ontsnappen: ‘Kom je in een mui
terecht dan moet je niet proberen er uit te zwemmen, maar
er uit te drijven op je rug. Dat is mij vroeger met de paplepel
ingegoten.’ ‘Mui’, ook een nieuw woord voor me.
Op de toiletdeur een boodschap op een A4’tje: ‘We zijn per
direct op zoek naar enthousiaste mensen.’
De ‘lingua franca’ van Amsterdam wil wel eens verschillen
van de moedertaal waar wij mee opgegroeid zijn.
* * *
We waren diep onder de indruk in de Grote Synagoge en
het Joodse Museum op het J.D. Meijerplein. Om de hoek
bezochten we het nieuwe Hermitagemuseum met topwerken
uit Sint-Petersburg van Picasso, Matisse, Kandinsky, Malevich,
van Dongen, de Vlaminck... Subliem.
* * *
Moe en voldaan reden we ’s avonds naar huis. Na de gezellige
drukte van de grootstad hadden we behoefte aan de stilte van
thuis en aan ons eigen bed.
Ik opende het slaapkamervenster op een kier. Was Pukkelpop
vergeten... Niet dadelijk een wiegeliedje dat van ‘Main Stage’
kwam. Te vroeg teruggekomen?
Good luck en tot ziens.
Dr. Frans BAERT