De column
12/02/'10
Aflevering nr. 1056 - Ik sloot het schoolhek achter me en liep langs het klaslokaal waar m’n zonen destijds voor het eerst lettertjes en
woorden leerden lezen en schrijven.
Het begon opnieuw te sneeuwen - met elke vlok die neerdwarrelde
kwam me een nieuwe herinnering voor de geest.
Meer dan tien jaar lang hebben onze kinderen in deze fijne
school geleerd en geleefd. Vandaag leek het er zo leeg zonder
hen.
* * *
Wat doet een columnist? Ik werd uitgenodigd om daarover te
komen praten met de leerlingen van het derde en het vierde.
Zoals bij mijn vorige bezoeken, vergeleek ik mijn werk als
columnist met dat van een strandjutter. Een jongen kende het
woord: “Dat is een man die op het strand naar mooie schelpen
zoekt.” Iemand anders stak zijn hand op: “Wij hebben ooit
aan zee een grote plank gevonden!” Plots gingen alle handen
omhoog, iedereen had wel ooit iets op het strand gevonden.
Ik moest snel ingrijpen om mijn vergelijking met het werk
van een columnist te redden.
* * *
De eerste keer dat ik in de school kwam spreken, schrok ik
ervan hoe groot die kinderen waren. Mijn oudste zat toen
nog in het eerste, m’n jongste in de kleuterklas. Het niveau
van woordenschat en vragen wekte grote bewondering bij me
op. Aan het eind kreeg een van de kinderen de opdracht om
een kiekje van me te nemen – dat mijn eigen zonen ooit ook
zoiets zouden kunnen, was nog nooit bij me opgekomen.
* * *
Enkele kinderen kenden me vandaag nog als de papa van m’n
jongste. Ik zag overal nieuwe gezichten. Fijn dat leerkrachten
me vroegen hoe m’n jongens het op het middelbaar doen.
* * *
Voor mijn vergelijking van het werk van een columnist met
dat van een strandjutter, legde ik uit hoe ik elke dag ogen
en oren gebruik om kleine dingen te verzamelen die ik voor
m’n column kan gebruiken. Ik toonde het rode notitieboekje
waarin ik mijn vondsten opschrijf.
Na mijn vorige bezoeken aan de klas, noteerde ik achteraf
in dat boekje ook leuke opmerkingen van de kinderen. Zo
herinner ik me nog altijd dat een jongen me vroeg wat het
allereerste idee was dat ik ooit gedacht had. Een vraag om
stil van te worden. Ik hoopte vandaag weer zoiets mee naar
huis te kunnen nemen.
* * *
Mijn oudste vertelde me dat hij zich mijn column-praatje voor
zijn klas nog goed herinnerde. Achteraf was ik hem op de
speelplaats komen zoeken, wist hij nog. Ik was toen bezorgd,
omdat ik had gemerkt hoe vreemd het voor hem was dat zijn
papa voor de klas te stond, en geen speciale aandacht meer
voor zijn eigen zoon had - alle kinderen waren plots zoals
die van mij.
Mijn jongste wist te vertellen dat hij zich door mijn bezoek
aan de klas voor het eerst kon voorstellen hoe ik vroeger had
lesgegeven - zo had hij me nog nooit eerder gezien.
* * *
Ik kreeg een fles wijn en een ontroerend applaus. Terwijl ik
m’n jas aantrok, vroeg een jongen me bezorgd of ik toch
wel wijn lustte. Een andere jongen vertelde me dat zijn vader
wijnhandelaar was - wist ik meteen waar ik terecht kon als
mijn fles leeg raakte.
* * *
Nadat ik de jongens en meisjes had uitgelegd hoe ik mijn column gewoonlijk begin met kleine, alledaagse dingen die ik
gezien of gehoord heb, stak een jongen enthousiast de hand
op: “Ja, bijvoorbeeld over die plastic winkelzakjes en hoe je
daar problemen mee kan hebben!”
Ik kon me niet herinneren dat ik daar ooit over had geschreven,
maar ik werk al een poos als columnist en kan natuurlijk
niet alle stukjes onthouden die ik ooit gemaakt heb.
Ik gaf toe dat ik die column over de winkelzakjes vergeten
was, maar vertelde hem dat ik mij wel kon voorstellen daar
ooit over geschreven te hebben. Misschien ging het wel over
hoe moeilijk die zakjes op de groentenafdeling open te krijgen
zijn - soms moet ik zelfs iemand vragen om me daarmee te
helpen.
Juffrouw Els kwam me plots te hulp en legde uit dat zij
het was die aan de kinderen de winkelzakjes als voorbeeld
van een columnonderwerp gegeven had. Had ze niet bij mij
gelezen.
Ik was haar dankbaar. Niemand hoort graag dat hij dingen
begint te vergeten. Ik vertelde haar dat ik ook dankbaar was
dat ze mij misschien een leuk onderwerp voor een nieuwe
column had gegeven. Iets over kleverige winkelzakjes... Zag ik
wel zitten. Ik zou het in mijn notitieboekje noteren, beloofde
ik.
* * *
Om van zo’n klein onderwerp – winkelzakjes bijvoorbeeld
- iets ‘groters’ te maken, dat is voor mij de kunst van een
goede column. De gewoonste dingen op een nieuwe manier
kunnen bekijken. Er is iets uit te leren.
Om een column met zo’n nieuw inzicht te besluiten, is het
belangrijk dat wat je geschreven hebt een nachtje kan rusten.
De volgende ochtend schiet je hopelijk wakker met zo’n
nieuwe kijk op je onderwerp en wordt het stukje nog wat.
Voor ik ging slapen dacht ik nog even aan de weerbarstige
winkelzakjes. Zat daar – figuurlijk – iets in voor de column?
De nacht zou hopelijk raad brengen.
* * *
Opvallend hoe de kinderen me vaak dezelfde vragen stellen.
Zo wordt me elke keer opnieuw gevraagd of ik mijn werk wel
graag doe. Maar deze keer vroeg niemand wat mijn kinderen
ervan vinden, dat ik over hen schrijf.
* * *
De nacht leverde geen diepere inzichten op. Ik werd wakker
met hetzelfde beeld van de winkelzakjes.
Heel wat dingen in ons leven weerstaan de neiging om ze
op een ander niveau te tillen. Er zit niet méér in. Het zakje
blijft gesloten. Kleine dingen blijven klein. Een sigaar is soms
gewoon een sigaar, merkte Freud al op.
Eigenlijk een heel rustgevende gedachte, dingen die blijven
zoals ze zijn.
Hé, dan tóch nog een inzicht?
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT