Azië
12/03/'10
Aflevering nr. 1059 - "Voel deze grond onder jullie voeten!” Nodigde ik m’n zonen uit.
We kwamen net van de boot en bevonden ons in een
ander werelddeel, in Azië. Ik wilde dat m’n zonen beseften
hoe bijzonder dat was.
Mijn oudste wees naar de planken waar we op stonden:
“Dit zijn de steigers papa, de grond van Azië ligt nog wat
verder hoor.”
* * *
Azië... het woord roept zoveel op. Dat alle wereldgodsdiensten
- jodendom, christendom en islam, hindoeïsme en boeddhisme
- in Azië het levenslicht zagen, blijft tot de verbeelding
spreken.
* * *
We liepen van de Süleymaniye-moskee naar lager gelegen
buurten. Ik dacht dat als we het water van de Bosphorus
bereikt hadden, we de brug gemakkelijk zouden vinden.
We kwamen plots in groezelige winkelstraatjes terecht - ver
weg van de toeristische plekken met opdringerige verkopers.
Hier liet iedereen ons met rust. Ik schoot kiekjes van al het
wonderlijks dat ons omringde - een zaak met een etalageraam
met duizenden knopen in alle kleuren en materialen,
winkels met mannequinpoppen in militaire uniformen met
machinegeweren. Verkopers van kostuums die hun waren
in het midden van de straat verkochten - geen winkel nodig.
De mannen droegen tot vijf, zes pakken over de schouders
en daarop nog een stapeltje broeken - een klant toonde belangstelling
en hield een broek voor zijn buik om te zien of
die hem zou passen.
De straatstenen hielden plots op en we stapten over zand en
gruis. Vlak voor ons zagen we een kebabzaak met vrolijke
messenslijpende verkopers. Links van hun kraam zat een
vrouw op de grond die op een stuk karton drie elektrische
boren en twee verrekijkers te koop aanbood.
* * *
Azië... het woord roept zoveel op. Ik denk aan de ‘Gordel van
Smaragd’, de Chinese Muur, de duizend tempels van Kyoto,
de Siberische tijger, de Taj Mahal, het Himalaya-gebergte,
Mount Everest...
* * *
Eindelijk bereikten we de Bosphorus - tientallen boten lagen
aangemeerd en rechts zagen we de brug. Het leek een heel
gedoe om aan de andere kant van de vierrijbaansweg te
raken - zebrapaden zijn zeldzaam in Istanboel. De Turken
doen daar niet druk over en klauteren gewoon met kinderen,
have en goed over de afscheiding op de middenberm - als ze
daarna de drukke weg oversteken, is er geen auto die voor
hen stopt.
Gelukkig vond ik een voetgangerstunnel. De drukte ondergronds
was voor m’n vrouw en mezelf een beproeving. Zij
wilde terug - ik ook. Maar omdat de jongens voor het eerst
in hun leven aan de andere kant van de brug in Azië zouden
staan, volhardden we.
Honderden mannen stonden op de brug te vissen - hun vangst
van kleine zilveren visjes boden ze in emmers te koop aan.
Ik zag dat de kinderen moe werden. “Nog even volhouden,”
moedigde ik hen aan: “Dan zetten jullie voet op Aziatische
bodem!” Misschien beter als ik niets over hun voeten had
gezegd, want die begonnen plots heel fel pijn te doen, vertelden
ze me.
Toen we de andere kant van de brug bereikt hadden, vouwde
ik mijn stadsplannetje open om te zien welke richting we nu uitmoesten. Ik schrok, wist niet hoe ik het had. Bleek dat de
brug - de ‘Galatabrug’ - de twee werelddelen niet verbond,
zoals ik gedacht had. We stonden nog altijd in Europa... Om
naar de Aziatische kant te gaan moesten we met de boot. Hoe
ging ik dat uitleggen?
* * *
Als ik het woord ‘Azië’ hoor, dan denk ik ook aan het lekkere
eten - curry’s uit India en Thailand, knapperige pekingeend,
sushi en sashimi.
* * *
We liepen door een vismarkt. Mijn excuses en uitleg over
het ‘verkeerde’ werelddeel werden gelukkig aanvaard. In de
gezellige visrestaurantjes zaten - op hele kleine stoeltjes - bijna
uitsluitend mannen die vis met de vingers aten.
Amper twee, drie stappen verder belandden we in een andere
wereld. Overal lag vuilnis, mannen urineerden tegen een muur
langs een restaurant met terrasjes. We bevonden ons in een
parkje waar alles wat ik zag disfunctionaliteit uitstraalde
- schurftige honden en magere katten zochten naar visrestjes
in het vuilnis, in de dode takken van de bomen hingen bundels
verwarde elektrische draden die nergens naar leidden. Een
man met een wit, plastic haarnetje op het hoofd, zat achter een
karretje somber voor zich uit te staren. Het was onduidelijk
wat hij te koop aanbood - op een bord lagen enkele bladeren
sla, daarnaast twee hompen gebroken stokbrood en op een
plankje bedekt met aluminiumfolie lag helemaal niets.
Achter de man met het haarnetje stond de ruïne van een
Arabisch uitziend huis zoals ik me dat voorstel in een door
oorlog geteisterde stad als Beiroet, Grozny of Bagdad.
* * *
Azie... dan denk ik ook aan schrijvers die mij dierbaar zijn
- aan R.K. Narayan en Bas..., Rumi, Murakami, D.gen,
Tagore en Kawabata.
* * *
Mijn vrouw was bang zeeziek te worden, maar na onze
mislukte landingspoging in Azië, was het ondenkbaar dat
we Istanboel zouden verlaten zonder de jongens met dat
continent te laten kennismaken.
De overzetboot deinde gelukkig niet en na een uurtje legden
we aan in de haven van Üsküdar.
De avond begon te vallen. Boven de moskee brak nog laat
zonlicht door de wolken.
De zonen merkten op hoe alles er precies hetzelfde uitzag als
aan de andere kant van de stad - dezelfde drukte en chaos,
dezelfde mensen en huizen. Ik probeerde hun verbeelding
aan te porren door te vertellen dat ik gelezen had dat op
deze plek karavanen van de zijderoute naar China en Japan
vertrokken.
Ik schoot een kiekje van m’n jongste voor een bank die
‘Bank Asya’ heette. Zo’n bank hadden we aan de Europese
kant nog niet gezien, probeerde ik nog even... “Papa, toch,”
opperde m’n jongste.
* * *
Waaraan zouden mijn zonen later denken als ze het woord
‘Azië’ horen, vroeg ik me af. Zou de herinnering aan ons
bezoek aan deze wonderlijke plek zolang blijven leven?
Good luck en tot ziens.
Frans BAERT